is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene vaderlandsche letter-oefeningen, waarin de boeken en schriften, die dagelyks [...] uitkomen, oordeelkundig [...] verhandeld worden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER ZONNE, EN DER VASTE STARREN. 439

Zy die Vuurkloot ter ftrafplaats voor de verdoemden kiezen, het blykt niet, dat zy voor hunne ftrydige vermoedens eenigen anderen grond hebben, dan louter begrip en vermoeden; maar ik denk dat ik geregtigd ben, op Star* rekundige gronden, om de Zon aan te merken als een bewoonbaare Wereld ; en ik hou rriy verzekerd, dat de voorheen bygebragte Waarneemingen, met de daar uit afgegeleide gevolgen, genoegzaam zyn, om ten vollen alle zvvaarigheden, daar tegen gemaakt, te beantwoorden.

Het zal, nogthans, niet ongepast weezen eene zwaarigheid weg te neemen, welke ontleend wordt uit de werking der Zonneftraalen op onzen Aardkloot. De Hette, welke hier, op den afftand van 95 millioen mylen, door de Zonneftraalen veroorzaakt wordt, is zo verbaazend, dat men konne tegenwerpen, dat de oppervlakte der Zonne zelve boven alle verbeelding moet verfchroeid weezen.

Op deeze zwaarigheid kunnen wy een zeer pasfend antwoord geeven, door het bybrengen van veele proeven uit de Wysbegëerte, die uitwyzen, dat de Hette door de Zonneftraalen alleen voortgebragt wordt, wanneer zy op een warmte geevend lichaam werken; zy zyn de oorzaak der voortbrenging van Hette, door zich te vereenigen met de vuurftoffe, vervat in de verwarmde lichaamen; zo zal het Haan van ftaal op een vuurfteen een magazyn met kruid aanfteeken, door al het daar in verborgen vuur in werking te brengen.

Maar een voorbeeld of twee van de wyze, waar op de Zonneftraalen werken, zal dit ftuk tot onze meest bekende proefneemingen t'huis brengen. Op de toppen der

bergen van eene genoegzaame h^^te, vinden wy altoos, op die hoogte, waar de wolken zeldzaam komen, gewesten van Ys en Sneeuw. Indien nu de Zonneftraalen zelve al de Hette aanbragten, welke wy op deezen Aardbol ontmoeten, moest die Hette het grootst weezen, waar de loop der Zonneftraalen minst belemmerd wordt. — Ten anderen, onze Lugtbolreizigers bevestigen allen eenpaarig de koude van de hoogere gewesten onzes Dampkrings. Naardemaal, derhalven, zelfs op onze Aarde, de Hette van eenigen plaatslyken ftand at hangt van de gefchiktheid der middenftoffe om indruk van de Zonneftraalen te ontvangen , hebben wy alleen toe te ftaan , dat, in de Zon zelve, de elastike vloeiftoffen, derzelver Dampkring uitmaakende, en de ftoffe op de oppervlakte, van zulk eene natuure zyn, dat ze niet ligt aangedaan