Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de onherstelbaar verrrooken vriendschapsband. 500

den zyns wasfenden aanziens, een menschlievend hart behouden hadt, beval, dat deeze Man onmiddelyk by hem zou toe-

gelaaten worden. Tot zyne idcerfte vei wondering, zag hy

voor zich verfchynen zyn geweezeu Vriend, door het fpeelen zyner bedrieglyke rolle, en een ongebonden leevenswyze, in de uiterfte armoede gebragt, en in de gr- otfte verlegenheid gedompeld. Deeze verfcheen thans om hem vergiffenis en onderftand te vraagen.

Locke zag hem eenigen tyd zeer fterk aan , zonder een enkel woord te fpreeken : in 't einde een Banknoot van vyftig Ponden voor den dag haaiende, reikte hy hem dezelve toe, met deeze woorden: ,, Schoon ik, in opregtheid des harten, u vergeeve het gedrag ten mynen opzigte gehouden , moet

ik nogthans het nooit in uw vermogen ftellen, om my, voor

,, eene tweede keer, te beledigen. Neem deeze klei-

,, nigheid aan , welke ik u geef; niet als een blyk myner

voorige Vriéndfchap ; maar als een redmiddel in u"we te,, genwoordige ongelegenheid , en tot het aahkoopen uwer ,, volftrekt noodige behoeften , zonder my te herinneren hoe

weinig gy zulks verdiend hebt." De diep vernederde

geweezen Vriend deedt pooging om te fpreeken; maar locke belette zulks, met te zeggen: —— ,, Geen wederwoord. —

Het is volftrekt onmogelyk dat gy myne goede gedagten „ te uwaards herwint: weet, dat Vriéndfchap, ééns gefchonden, „ voor altoos verbrooken is.'"

het ongepast en ongelukkig aangevoerde voorbeeld.

Men verhaalt, en, zo wy meenen, op goeden grond, dat de groote Vaderlandfche Historiefchryver j< wagenaar, om zyne uitmuntende bekwaamheden en vergeldenswaardige verdienden tot eerlten Klerk ter Stads Secretarye van Amfterdam bevorderd, naa deeze bevordering, in Gezelfchap, niet zelden eene verpoozing en uitfpanning zogt in het Kaartfpel. En geeven eenigen daar van ten hoofdreden op, dat hy, door dit bedryf van gezelligheid , op eene voeglyke wyze zich ontfloeg,om, in foms vermengde Gezelfchappen, over zaaken, den Staat en Stad raakende, gevraagd, en tot een meer dan hy gepast oordeelde onderhoud uitgelokt te worden.

Wanneer men zich wagenaar met die oogmerken fpeelende verbeeldt, is en blyft hy de groote Man; en zal niemand , dan voor alle uitfpanning den neus opfchortende vies- en ftyfheid,

zyn gedrag wraaken. Doch onlangs hoorden wy, zeer

ongelukkig, het voorbeeld van den Kaartfpeelenden wagenaak. te pasfe brengen. By eene Muuicipaliteits - verkiezing, in zekere Hollandfche Kk 3 Stad,

Sluiten