Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5'*

VROEGTYDlGE VERItRYGlKö

aartheid, desgelyks, te vooren korzel en ftuursch, werd za<*t en verpligtend.

Toen lodewyk en archibald, naa een jaar verblyfs , eens voor eene wyl na huis keerden , was de hervorming , by hou te wege gebragt, zo groot, dat de Heer jeffries in hun zyne Zoonen herkende. Zy waren gezond, werkzaam , goed geaart, verpligtend. Te onvredenheid maakte hun niet langer lastig, en zy verveelden een ieder niet door de altoos wederkomende dienstvorderingen. Het genoegen 't welk dc Vader deswegen fmaakte, was. onbefchryflyk groot; en gaf hy hier van, door eene ruime betaaling, blyk aan den veel verdiend hebbenden Leermeester.

Naa het eindigen des Verloftyds , keerden zy weder na de plaats hunner Onderwyzinge en Uitfpanninge. Behalven in de VVeetenlchappen aan hunnen rang voegende , onderwees de Eerw. briant hun in de kennis des Landbouws , in al deszelfs nuttige rakken. Zy Honden verwonderd op 't gezigt hoe veelvuldige en uitgeftrekte arbeid 'er vereischt wordt om den Mensch voedzel te bezorgen ; en naar gelange zy meer zagen hoe zeer zy van anderen afhingen, hoe zy voor allen gefpraakzaamer en met allen omganglyker werden. Dikwyls gingen zy op 't land , om den grond met de ploeg te zien omwerpen, den Zaaijer te zien zaaijen, en hoe de egge

al dien landarbeid voltooide. Zy zagen met ongeduld

den tyd te gemoete, dat het zaad door den grond heenboor-

de, en namen de eerfte groene fpruities waar. In den

vrolyken Oogsttyd , booden zy de arme Naleezers de behulpzaame hand , en verzogten den Eerw. briant , dat hy hun eenige handvollen van de beste fchooven wilde toewerpen. Door zodanig een gedrag, maakten zy zich by elk bemind; en 'er was naauwlyks een Huisman in 't Dorp, of hy had reden om de naamen van lodewyk en archibald in zegening te noemen. Verre van de leevensbezigheden deezer hoogstnoodige Leden der Maatfchappye te veragten , gevoelden zy het grootfte vermaak in zichzelven ook nuttig te maaken. Niet langer haakten zy na een pragtige vergulde Koets, of een talryke fleep van noodlouze Afhangelingen.

De vorderingen, welke zy in de Weetenfchappen maakten, evenaarden de beterfchap hunner Zielsgefteltenisfe; en, welke vo<r.leelen zy van hunnen rang mogten trekken, waren deeze veel minder dan die hunne wee^enlyke verdienften hun byzetten.

Eindelyk, naa hanne Letteroefeningen te Oxford voltrokken te hebben, keerden zy weder tot hun Vader als Zoonen die elk Vader zou wenfehen De rykdom, de luister, die hun omringde, gaven hun veelvuldige gelegenheden om nuttig te weezen voor hunne Medemenfchen; en lieten zy nimmer de gelegenheden daar toe onopgemerkt voorbyglippen.

Maar, helaas! hoe onzeker is al het ondermaanfche! De

Heer

Sluiten