Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van vepstandige en zedelyke hoedanigheden. 515

Heer j ffries, wiens geluk in dit leeven onafgebrooken geweest was , ondervond nu een harde lotwisfeling. Het fchielyk uitbarllen eens Oorlogs bragt hem eerst in zwaarigheden; en een Huis, waar mede hy veele zaaken loopende had, dompelde hem dieper in ongelegenheid, liet berigt, dac verfcheide Scnepen , voor zyne rekening belaaden, genomen waren, bragt hem den laatften flag toe. Naa het betaalen vaa alle zyne fchulden, bevond hy weinig meer dan 4000 Ponden Sterling te bezitten. Dit was , voor een Heer, gewoon zulk eene fom jaarlyks in zyn huishouden te verteeren, even 't zelfde als op den rand der uitetfte armoede gebragt te zyn

In de eerfte vlaage van zielsverdriet en teleurlteiang, gaf hy zich aan troostlooze wanhoop over, tot dat de haitlyke en toegenegene bemoedigingen zyner Zoonen hem tot redea en nadenken bragten. Zy bedienden zich van alle zorgzagtende beweegredenen ter vertroosting , en voegden 'er by, dat, daar noch misdryf noch onvoorzigtigheid de oorzaak geweest was van zyn ongeluk, hy in geenerlei opzigt zich iets te vervvyten had 5 maar tragten moest, zich, op de best mogelyke wyze , aan 's Hemels fchikkingen te onderwerpen. ,, Wy," voegden zy 'er nevens, „ zyn jong, gezond en fterk; door „ onzen arbeid zullen wy u gemaklyk en ruim doen leeven: „ lang genoeg hebt gy ons onderhouden. Wy hebben thans „ gelegenheid om u onze dankbaarheid te betoonen : en zo „ aangenaam zullen ons die dienstbetooningen weezen , dat wy „de droeve omftandigheden, welke dezelve noodig maaken „ geheel zullen vergeeten."

De diepgetroffen Vader gaf zynen Zoonen geen antwoord ; maar drukte hun hartlyk aan zyn boezem. Volgens den raad zyner Vrienden, overeenftemtnende met de wenlchen van zyn eigen hart, beiloot hy Engeland te verlaaten; dewyl hy niet kon verdraagen, dat de plaats, die zyne vóorige.grootheid gezien had, getuige zou weezen van zyne tegenwoordige verne.

dering. ■ Ongelukkig had hy het zich eigen gemaakt, om

den Rykdom aaii te zien als het éénig middel tot geluk; de overvloed, welke dezelve verfchafce, de agting, die dezelve inboezemde, kwamen hem nu dierbaarder, dan ooit, te vooren; en fchoon hy, terwyl hy rykdom bezat, fteeds bezorgd geweest was om nog meer te krygen, en fteeds bevond dat opeeuftapeling van fchatten aan zynen wensch niet voldeed, noch iets aan zyne daadlyke bezittingen toevoegde , kon. hy na zyn rykdom met geene kloekmoedigheid van geest verzaaken, of het verlies daarvan gelykmoedig draagen. Hy moest eene voor hem allerbezwaarlykfte les leeren, dat Vlytbetoon en Wel. tevredenheid betere waarborgen waren van geluk, dan Rykdom en Praal. De kleine fom , welke hem van zyne voorheen onmeetlyke rykdommen overfchoot, ftelde hy zich voor, te belteeden in den aankoop van eenig Land in Jamaica; wer-

waards

Sluiten