Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3a byvoegsels

yeeïen der geenen, welken derzelver posten in dien tvl bekleedden, konde gezegd worden; maar ontzag zich me allerlei vallche uitttrooilels te baat te neemen , of gebeurde zaaken ten ergften te verdraaien. Merkwaardig is hieromtrent de Aantekening, welke ons voorkomt on bladz. 55. uf Wagenaar had gefproken (*) Van een uitftrooifel nakende eenen verderflyken . toeleg der Regeeringe om een Verdrag van Onzydigheid aan te gaan met FranT ryk, en den Koning Staats - Vlaanderen f tot een onderpand, over te geeven. „'t Gerugt," zeggen hierop

onze Schryvers, , nopens eenen voorgenomen afftan'd „ yan Staats-Vlaanderen,, bleek, federtf een boosaaitige „ logen te zyn, uit de hitte van misnoegde en muitzu-„ tige harfenen gelyk het, in woelige tyden, gaat , op„ geichooten. Maar 't geen men zeide van der Staaten " 1°-^' T? tóet,™ryk, een Verdrag van onzydig „ heid e fluiten hadt, mooglyk, zyn beginzel, uit de, „ aan de Engelfchen en Oostenrykfchen , by geheime v Relolutie , gedaane Verklaaringe , zo der AlfaSe „ Staaten, als, byzonderlyk, der Provintien van Gelder„ land en Holland, door my, hier boven, aangehaald, „ en houdende , hoofdzaaklyk , dat hunne Hoogmogend? „ heden, by t langer toeven dier Bondgenooten, lo in „het toezenden der verpligte Hulptroepen, als in het „ doorzetten des Vredehandels te Breda, zklzelvenjoor „ andere wegen en middelen, uit het gevaar zouden tras„ ten te redden: woorden, die, blykens ook het gezegde „ der, yerfchillende, Frovintien, Zeeland en Overvsfel „ beteekenden, dat men, des noods, tot een afzonder-' „ lyke Vredehandeling, met de Franfche Kroon, wilde „overgaan. En, zo het hier toe, werklyk, gekoomen „ en, door eene Verbintenisfe van onzydigheid f aan der „ Staaten zyde, gevolgd was, zou zulks, op zig zelven „ nu, niet min onberispelyk geweest zyn, als in deiï „jaare 1733, toen wy gezien hebben, dat het Land, „ langs dien weg, uit eenen gevaarlyken Oorlog <rered „ wierdt.' Al vroeger had Dordrecht ook aangedrongen op handeling met Frankryk, wanneer, in het iiar i7ac de Staat genoegzaam verlaten was van zyne Bondgenooten, maar vruchtloos. Het verwaarloozen van dien raad

baan-

(*) Faderl. ffisf. D. XX, 82.

Sluiten