Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en berouw. 2*9

Manasse, 's Vaders werk verdelgende, voerde met*alleen de Afgodery van achas weder mj maar itreefde dien reeds zo fnooden Grootvader voorby in het pleegen van alle Heidenfche gruwelen , rechtftreeks ingengt om . den waaren Godsdienst, in 't Joodfche Land, te onder te i brengen, en op de puinhoopen van dien verdelgden Godsi dienst het gebouw der fnoodfte Afgoderye op te ngten.

\ . Achas hadt alleen 's Heeren Tempel toegeilooten;

i manasse maakte 'er daadïyk een Afgoden -Tempel van; j in het Heiligdom zelve plaatfte hy zyn meestgelieide Att godsbeeld; in beide de Voorhoven van dat Godshuis itonI den en rookten de Altaaren voor de Baahm, en al het | Heir des Hemels.

Overheerlyk drukt onze Abtswoudfche Dichter dit uit, als hy zingt:

Hiskias deugt en trou had Judaes erf geveiligt,

Godts Kerk en Stadt geheiligt.

Mana&fe, los vau zin , Haalt Baal, Astaroth en Dagon heilloos m; Hy voert der Goden beelt flux over Levys drempel

In Godts gewyden Tempel.

Een ftoet van Tovenaars, Waarzeggers en Bezweerders; een ftoet van de lhoodfte Bedriegers, Vorst- en Volkverleiders, omringden den Afgodifchen Koning, die niet fchroomde tot het verregaandst uiterfte der Afgoderye te komen, en zyne Kinderen, ter eere van Moloch, door diens gruwel-vuur te doen gaan. — Manasse s voorbeeld, en dat zyns Hofgezins, werkte zo fterk op de Jerufalemmers en de verdere lnwoonders van Judea, dat Stad en Land vervuld wierd met Offerhoogten, met Afgoden , met lichtfchuwende en der dartelheid oegewyde Bosfchen. Alle ftrekkende om geen gruwelen en ongebondenheden, den waaren Godsdienst en goede Zeden ten verderve, in onbruik te laaten; God-en redeloosheid, door geheel het Ryk heenen, niet alleen voet, maar ook wasdom en fterkte, te geeven. .

Een bedrvf, in alle opzigten, zo ftrydig met gods oogmerken in de ten Throonheffing van david en diens Huis, als ons in het 7 en 8 Vs. wordt voor oogen gefteld, en beflootcn met deeze alles bevattende betuiging —-~ manasse deedt ze dwaalen, dat zy erger deeden dan de \ Heidenen, die de Hcere voor het aangezigte der Kinderen Jfraè'ls verdelgd hadt. ja

Sluiten