Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5*8 ». van markei*

„ en verheven aart vertoont zich daar in, dat hy niet allee»

" deifbrjCderrl V,an bittere verwy"^gcn verfchoont, maar „ zelrs de fchuld van hen zoekt weg te nemen , en de 3st geheele daad aan hem gepleegd eene andere gedaante „ geeft; hy wil niet, dat de broeders vreezen, ontrust „ zyn, zich langer bekommeren , over 't geen zy aan „ hem gedaan hebben; maar hy zoekt alles op, cm hun „ moed in te boezemen. Wie kan het lezen: maar na* s, mest niét bekommerd, enz. zonder het te gevoelen ; ?> Jofeph is als beledigde waarlyk groot 1 Evenwel moe„ ten wy deze verdediging van hunne misdaad niet voor „ eene voldoende verontfchuldiging houden; want fchoon „ God hunne boosheid tot een gelukkig einde beltuurd „ had, hunne daad was echter vrywiliig geweest, en zy „ bleven fchuldig. Als God uit het kwade het goede „ doet voordkomen, is hy, die het kwaad doet, daarom „ niet onfchuldig ; dat moeten wy nooit denken; dat „ was Jofepli's bedoeling ook niet in de verdediging zyner „broederen; maar hy gebruikt deze woorden als een ,, vernis, 't welk zyne menschlievendheid hem noopte 5, op hec gedrag zyner broederen te leggen; hy wil door „ dezelve hunne aandagt aftrekken van het herdenktn aan eene misdaad, die hun wroeging en vreeze veroor„ zaakte; en ze hen doen aanzien als eene toelating en „ leiding van God, tot een heiiryk einde; opdat zy. f, in plaats van te blyven ftilftaan by eene linertelyke „ herinnering van hun eigen gedrag, zich met hem zouden „ vereenigen jn de erkentenis en aanbidding van de hand * des Almagtigen. En even uit dat oogpunt Jofcph's taa.1 3, befchouwd,. legt zy zyn grootmoedig hart kennelyk aan „ den dag. Zoo dan heeft Jofeph vergeven en vergeten; s, alle nagedagtenïs der misdaad wil hy hebben uitfe,, wischt; hy wil, dat zyne beledigers zich verblyden,. „ terwyl hy tevens aan hun wil weldoen, hunnen ftand „ uitwendig verbeteren, en zoo het kwaad met goed vergelden. Welk een navolgenswaardig , maar ook „ befchamend voorbeeld voor ons! Ach! dat wy van Jo„ feph leerden ons als beledigden recht te gedragen; en „ zoo Gode meer gelykfbrmig te worden/'

Tot een ander ftaal diene , de treffende befchryving der onimoetinge tusfchen jakcb en joseph, by 's eerstgenoemden aankomst in Egypte. „ Jofeph komt met zynen „ wagen aan; (te weeten in 't land Gofeu, werwaarts „ jAJto» niet de zynen zich hadt begeeven) men ziet hem

i5 var*

Sluiten