Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Yfif LETTEEHOF.

23?

Onder de Dichtftukken van langen adem, die echter een ge» ring getal beflaan , is De dood van Floris den Vyfden wel het grootfte; doch, volgens ons gevoelen, geenszins het fraaifte. I-Iet is weinig meer dan een historisch verflag, op rym, van deze gebeurtenis, ontbloot van de meeste dier dichterlyke optooifels, die het onderwerp des te fchooner en belangryker hadden kunnen maaken, en waartoe hetzelve voor de fpeeling van

het dichterlyk vernuft by uitftek gefchikt geweest ware. ■

Veel meer behaagde ons de fraaije Lierzang, getyteld: De Joden; fchoon wy juist geen zeer groote vrienden van het hedendaagsch Israël zyn , veréenigen wy ons echter gaarne mee 's Dichters menschiievende gevoelens ten opzichte van het lot van braave en eerlyke Jooden, die doorgaans met het Hechter deel hunner verftrooide natie over ééne kam gefchoren wierden ; terwyl wy het geboefte , met alle weidenkenden , door alle itaatsveranderingen heen, zullen blyven verachten, en nimmer voor onze medeburgers of broeders erkennen. —— Het ftukje: Aline , is geestig, en heeft ons de lever doen

fchudden ; de vinding is eenvoudig en aartig tevens-

De overige perken van dezen Let erhof zyn geftoffeerd met kleiner ftukjes, meest punt- en minnedichten, en eenige prozavertaalingei). Het ftukje: Chloë aen de beek, menen wy reeds voor eenige jaaren ergens elders gelezen te hebben. Het groot, fte deel der kleine ftukjes is geestig; en fchoon de Dichter niet heeft verkozen aan te wyzen welken oorfpronglyk en wellen vertaald zyn, is toch niet-moeilyk dezelven van elkander te onderfcheiden. Wy kiezen uit de kleine ftukjes het volgende tot een proefje.

JlIS TWEE ZUSTERS.

Gy fchittert met al V fchoon der jonge Dagbodin;

Uw aenzicht boezemt ons haer morgenlusten in. Het roosje bloeit, de mirth ontluikt, op uwe fchreden: Eén meer, waert gy de rei der drie Bevalligheden,

Eén minder, Venus zelf, de Moeder van de min.

Wy hebben alle redenen, om, niettegenftaande de kleinigheden , die wy de vryheid genomen hebben den burger fremery aan 'te wyzen, en die wy vertrouwen dat hy ons ten goe• de houden zal , hem aan te moedigen om de overige Afperkingen van zynen Letterhof voor de kunstlievende befchouwers opan te zetten , en dus langs dezen weg het zyne by te draagen, ora den vervallen fmaak in het vak der fraaije letteren weder te helpen opbouwen.

Het

Sluiten