is toegevoegd aan je favorieten.

Algemeene vaderlandsche letter-oefeningen, waarin de boeken en schriften, die dagelyks [...] uitkomen, oordeelkundig [...] verhandeld worden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Y. VAN HAMELSVELD

, beeld. Dus vinden wy eliza te Damaskus, Hoofd*' ftad van Syrië, i Kon. VIII. 7.

„ Dat Profeeten zwaarigheid gemaakt hebben, om het „ ambt, hun van God opgedragen, te aanvaarden, is bekend uit de voorbeelden van moses, jeremia , enz.

Het is waar , jona ontweek het volbrengen van

zynen last, door na een afgelegen land te vluchten, ver van jehova's tegenwoordigheid: doch, om niet te " zeggen, dat de Profeet elia , ééns de woede van Jezaeei< ontvluchtende , en uit het Ryk van Ifraël zich \l begevende na de woestyn by den berg Horeb, mis' fchien geacht kan worden, door deze vlucht, tevens j " zich van den zwaarwigtigen post van eenen Gods" Profeet te hebben willen ontdaan, zullen wy, by het " befehouwen van jona"s karakter, iet naders zien, wan" neer ons tevens blyken zal , welken zin wy eigenlyk \, aan de fpreekwyze moeten geven, van te vlieden uit „ jehova's oog of tegenwoordigheid (*).

„ Dewyl die hevige en onvoorziene ftormen , welke „ de Zeelieden Levantynen noemen, gemeen zyn op de ^ Middellandfche Zee, zal het ons niet bewonderen, dat , een dergelyke ftorm het fchip overviel, aan welks

J boord jona zich bevondt. Ook ftemt het over-

een met de denkbeelden der Ouden , wanneer de ' fcheepslieden waanen, dat deze ftorm hen bejegent, „ om de fchuld van eenen , dien de ftraf der Godheid ,, vervolgde, enz. „ Dat een Zeemonfter (de Text noemt, onbepaald, een \ , groote Vischf) zich , juist, by het vaartuig bevondt, I J, toen jona in zee geworpen werdt, en hem opdokte, kan niet voor iet onmogelyks gehouden worden, nadien „ de berichten der Zeelieden daar van meer voorbeelden

„ op- *

(*) Die fpreekwyze betekent, gelyk van ham l vrld ter bedoelde plaat/.e aanmerkt, zyn Vaderland te verlaaten , en zich na : eld> rs te begeeven. Hy vluchtte voor jehova's tegenwoordigheid, , niet, fchryft van hamelsveoD , als of jona zoo onverllandig zy geweest, dat hy de alomtegenwoordigheid van God , niet erkend zou hebben, dien hy eerbiedigde als den Schep,. per der zee en van het droose , maar jehova's aangezicht „ is, de fpreekwyze van Oosterfche Vorften ontleend zynde, „ by de Hebreen , de meer onmidlyke tegenwoordigheid van „ God in dat land , of die plaats, daar het Opperwezen t, uaatlyk vereerd wordt, vergelyk gen. IV: 14, enz."