is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene vaderlandsche letter-oefeningen, waarin de boeken en schriften, die dagelyks [...] uitkomen, oordeelkundig [...] verhandeld worden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER DE OPVOEDING.

445

„ dien waan te bevestigen." Het belachelyke, het fchadelyke, het veróerflyke van eene zo verkeerde behandeling wordt vervolgens met derke,maar echte, kleuren gefchilderd. Eindelyk vraagt de Schryver: „ Maat „ moeten dan jonge lieden, inzonderheid die van .. aan„ zien en vermogen, niet voor den omgang in de grote „wereld gevormd worden?" en antwoordt: „ Zeer ze„ ker. Voor eerst kan het reeds nuttig zyn, dat men „ hen fomtyds in een groten kring brenge,' om hun te „ doen zien , hoe weinig zy daar nog t'huis zyn; ver„ volgens ook om hun hunne lompheid en onnozele „ bloöheid af te leren .. . om hun te doen leren, dat „ een mensch niet voor menfchen, al waren ze ook nog

„ zo aanzienelyk , moet vrezen , enz. i Evenwel

„ heeft de toon van de grote wereld ook zyne goede zy„ de, en de volkomene befchaving ten dezen opzichte „ zet der zedelyke waarde van enen mensch, als zy „ op genoegzame gronden deunt, enen nieuwen luis„ ter by."

Het flot van dit Deel behelst, van § 124—127, Aanmerkingen over de zedelyke opvoeding met opzicht tot hare onderwerpen, zo met betrekking tot derzelver fexe — als ten opzichte van den rtand in de waereld, en de byzondere bedemmingen tot krygsman, koopman, landbouwer en geleerden. Om den Zeeman fchynt nie-

meyer, als in het hart van Duitschland woonende, niet gedacht te hebben.

Aan het einde van veele paragraaphen , of der by dezelve gevoegde Aanmerkingen, vindt men de woorden, Zie verder het Aanhangfel, of derzelver eerde letteren. Dit moeten wy uit het Voorbericht des Vemalers kortlyk ophelderen. Onder eenige andere verfchikkingen, welke deeze geoordeeld heeft in het Werk te moeten maaken, is de volgende : „ De Schryver verrykte zyn werk met „ enen aanzienelyken toedel van letterkundige hulpmid„ delen, die overal by elke paragraaf opgegeven, en tus„ fchen den text en de aanmerkingen, of achter dezelven, „ gevoegd zyn. ... Ten aanzien .. van dezen oordeel„ de" de Vertaaler, dat den min geoefenden zyner Leezeren „ de opgave van ene grote menigte, meest onver„ taalde, Hoogduitfche boeken .... overtollig zoude fchy„ nen .... doch dat tevens den meer geoefenden ... aan,, ger.aam zyn zoude, by de onderfcheidene onderwerpen, „ die de Schryver behandelt, ook de werken van andere F f 5 >* ge-