is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene vaderlandsche letter-oefeningen, waarin de boeken en schriften, die dagelyks [...] uitkomen, oordeelkundig [...] verhandeld worden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

66 UITTREKZEL EENER REIZE

ze waar de Beelden ftaan , van welke ik ftraks nader zal fpreeken.

Met het krieken van den dag maakte ik alle toebereidzeis om te landen. Ik had reden om my te vleijen , Vrienden aan ftrand te zullen aantreffen, dewyl ik allen , die 's nagts aan boord gekomen waren , met gefchenken had heen gezonden. Maar, uit het berigt van andere Reizigeren, weetende, dat deeze Indiaanen flegts groote Kinderen zyn , in wier oogen veele ónzer goederen zo begeerlyk voorkomen, dat het hun aanzet om alle middelen ter verkryginge in 't werk te ftellen, oordeelde ik het, uit dien hoofde, noodzaaklyk, hun door vreeze te beteugelen, en beval, dat onze landing met eenigen krygstoeftel zou gefchieden. De Heer de langle en ik, vergezeld met alle de Heeren, die ons op de reis vergezelden, en de Officiers, behalven die de wagt hadden op de beide Fregatten, deeden dezelve met vier booten, twaalf gewapende Soldaaten medeneemende.

Het Eiland ryst, op dit gedeelte , omtrent twintig voeten boven de zee. De Bergen leggen zeven of achthonderd Toifes binnenwaards , en van derzelver voetftuk af loopt het land met eene zagte fchuinte na zee. Deeze tusfchenruimte is vervuld met gras, gefchikt om aan Vee tot voedzel te verftrekken. Onder dit gras zyn groote Heenen , los op den grond liggende. Dezelve fcheenen my toe van ééne foort te zyn met die van hle de France, daar Girawnonts geheeten, uit hoofde dat de meeste de grootte van die vrugt hebben. Deeze lteenen,welke in het wandelen ons veel moeite veroorzaakten, zyn van grooten dienst; veel toebrengende tot de frisheid en vögtigheid van den grond, en deels dienende om het gebrek te vervullen van de heilzaame fchaduw der hoornen, welke de Inwoonders, ongetwyfeld reeds lang voorleden, zo onvoorzigtig geveld hebben; waar door hun land geheel bloot ligt voor de ftraalen van de zon, en beroofd is van loopende rivieren en bronnen. Zy waren onkundig, dat, op kleine Eilanden, omringd door een onmeetljkën Oceaan, de koelheid van het land, bedekt met boomgewas, alleen de wolken kan fruiten en verdikken ■, en dus na het gebergte regen trekken, om allerwegen beeken en water¬

vallen te vormen. Eilanden , beroofd van dit voordeel, ftaan bloot voor fchriklyke droogte, die, allengskens hoornen en planten verwoestende, dezelve bykans onbewoonbaar