Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

216 OVER DE ZEDELEER VAN J. C.

„ die den menfchen zulke edele aandoeningen geeft !! „ die hun allen, zonder de orde der waereld te vet- ■ „ ftooren, als Naasten en Broeders aan elkander ver-„ bindt! die de waereld weder in haaren edelften luis-„ ter, en de menfchelykheid in alle de groote voorregteni „ herllelt, welken door den nyd en het eigenbelang

van de aarde waren verbannen (*)!" En voegen wy' hierby, hoewel met eenige verandering , de woorden i van iselin : „ Welk eene gelukzaligheid mogten zichi „ de Volken niet belooven, indien eens hunne BeiTie--

rers deezen Godsdienst tot een grondregel van hum „ Bellier aannamen, indien eens deeze geheel redelyke 9, Godsdienst in de Kabinetten en in de'Raadzaalen ze- ■ „ gevierde ! Welke heerlyke wetten zouden 'er niet: „ ontdaan, en met welk een yver zouden wy die niet; „ opgevolgd zien Cf)!"

(*) jEEUZiLEM, Verzam. van Leerr. II D. pag. 201. (f) Iselin, Cefchied. der Menschkeid, II D. pag. 340.

Aan den Sehryver van het let over de Kamiaanfche Byheherklaaring, by gelegenheid van de uitlegging van Joh. IV: 24, door c. w. rENZENicuFFüR, geplaatst in de Nieuwe Vaderlandfche Bibliotheek, iVde Deel, No. 4 , in 't Mengelwerk, bl. 157.

npot naricht van den onbekenden Sehryver van dit Iet 1 over de Kantiaanfche Byheherklaaring, willen wy wel de moeite neemen, de volgende verklaaring hier ter neder te fchryven.

1. Dat de uitlegging van Joh. IV: 24, door penzenicuffek. , als eene proeve van uitlegging van het Nieuwe Testament, naar de Kantifche leéwyze, door ons in de Letter oef. geplaatst (*), geenzins is gemeengemaakt, om de Kantiaanfche Wysbegeerte, als wel beftaanbaar met het Godlyk gezag van Jefus en de Apostelen, te doen voorkomen; en nog minder, om de

Ba-

(*) Zie boven, Meng. bl. 51,

Sluiten