is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene vaderlandsche letter-oefeningen, waarin de boeken en schriften, die dagelyks [...] uitkomen, oordeelkundig [...] verhandeld worden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TESTAMENT VAK KAK G-H Y. 453

; gweek , die zyne glorieryke loopbaan eindigde, uitgeput en jl afgemat door moeite en arbeid, ó Wat zyn 'er weinig ftaatsi dienaars, die het gedrag van dezen grooten man pogen naar ; te volgen}

Een minister neemt het beftier der zaaken, en legt zyn* post neder wanneer hy wil. De band, die hem aan den Vorst i hecht , wederhoudt hem flechts zolang hy yver Toor zyn* j dienst heeft; zodra deze hem walgt, ontdoet hy zich van zyn* I post, verwydert zich van het hof, en keert in het midden zyns huisgezins weder, alwaar hy , bevryd van alie zorg en bekommering, het genoegen heeft zyne kinderen te omhelzen , en zyne kleinzoonen te ilrelen , en , na een gelukkig, zagt en aangenaam leven , ziet hy met een gerust oog zyn laatfte ocgii.blik naderen.

Wat is het lot van een' Keizer onderfcheiden! Zodra hy den teugel des beltiers in handen genomen heeft, hoedanig zyn gedrag ook zy, is het hem niet geöorlofd dien in vreemde handen te geven ; zyn geheele leven is flechts een famenweeffel van zorgen, bekommeringen en arbeid.

Dat men de gefchiedenis van chun en yü leze, en men zal zien, dat deze beide Keizers geen oogenblik het roer der regering verlaten hebben, dat zy zeiven alle de belangen hunner onderdaanen behartigden , dat zy flechts voor hen leefden, en dat zy beiden geftorven zyn , uitgeteerd door arbeid en vermoeijingen, verre van het hof en hunne maagfchap; de eene te Zfanou, en de andere te Eoei-ki-kien, Dat men den T-kitig raadplege, dat heilig boek, waarin het goed en het kwaad, de deugd en de ondeugd, zonder vermomming zyn blootgelegd, en gefchetst met de juiste kleuren; men vindt 'er geen trek van verwyt in, wegens het gedrag der Keizers. indedaad, nergens een rustplaats hebben, altoos in bekommering leven, zyne krachten ui'putten, ziedaar liet lot en het deel eens Keizers. Doch onder de geenen, die den Staat mee wysheid befiierd hebben, durf ik zeggen, zal men 'er geen vinden, wiens regering z~> onrustig geweest is als de myne.

flet was geenszins de afgunst, de drift naar glorie, noch de heerschzucht, die myn geflacht op den Chineesfchen troon plaatfte. Volgens de onéénigheid, die tusfehen de linie van de ming en de myne heer^chte, had myn Vader het recht haar den oorlog te verklaren, en de onlusten, die China te dier tyd verfcheurden, maakten hem de overwinning gemaklyk: het was zelfs het gevoelen zyner ministers en legerhoofden, dat hy zulk eene fchoone gelegenheid niet moest verliezen , om zich getij ducht en ontzien by zyne nabuuren te maken; maar bedenkende jdat hy tegen den wil des Hemels zou handelen, wanneer hy Ihet Ryk aan eene linie ontroofde, die het federt byna drie eeui^wen wett'g bezeten had, wederftond hy allen aanzoek, en kon

. niet