Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

524 aanmerkingen over de schriften

heele Verhandeling, waarover wy thans fpreeken , ge-,J fchreeven is tpr verdeediging van go» en van de God- j lyke Voorzienigheid , en dat de zaak van het zuivere, ,1 egte en volkomene Theismus daarin beweerd wordt, met tl zulk een fterkte van oordeel , met zulk een kragt van i| redeneertrant, met zuik een vermeesterende welfpreeken- \ heid, en met zulk een verheeven gevoel van Godsdien- -I ftigheid, als niet anders dan de hoogfte aanpryzing ver- | dienen van allen, die belang ftellen in dat allerhoogst I

en allergewigtigst onderwerp. Ten opzigte der'

wyze van opftel, in de Moralists gevolgd, rangfchikt de tegenwoordige Bisfchop hurd hetzelve onder de beste vsn die foort in de Engelfche Taal voorhanden. „ Daar zyn," fchryft die'Bisfchop, „ in het Engelsch „ drie Zamenfpraaken, en llegts drie, die gefchikt zyn om „ ten deezen opzigte melding te verdienen; alle zyn ze „ op haare wyze overheerlyk opgefteld , gelyk zulks „ erkend moet worden door de befchaafdfte en beste „ onzer Schryveren. De Zamenfpraaken , die ik be„ doel , zyn de Moralists van Lord shaftesbüry, £ Mr. addison's Treatife of Meidals, en de Minute „ Philofopher van Bisfchop berkeley."

Wegens het derde Deel van de Characleriflics valt weinig byzonders te vermelden. 't Zelve voert ten Tytel: Mifcellaneous RefleStions on the preceding Treati-

fes, and other critical fuhje&s. Mcngelgedagten over

de voorgaande Verhandelingen, en andere critifche onderwerpen. Het is eene foort van verdeediging en verklaaring van het voorgaande. Dit Boekdeel vloeit over van fcherts, en behelst een aantal vernuftige aanmerkingen; dan wy kunnen het niet befchouwen met een oog, 't welk hetzelve tot eene hooge maate van toejuiching geregtigt. Over 't geheel is het gefchreeven op eenen losfen trant, en komen 'er verfcheide plaatzen in voor, op welke met regt aanmerkingen vallen , inzonderheid ten opzigte van den Geopenbaarden Godsdienst.

Lord shaftesbury's Voorftanders en Verdeedigers hebben zich veel moeite gegeeven, om bet verband aan te wyzen, 't geen 'er beftaat tusfehen 's Schryvers onderfcheide Werken. Dat 'er een zeker verband plaats hebbe tusfehen de Verhandelingen van onzen Lord, en dat hy zodanig een verband bedoelde, kan niet gelochend worden ; maar of dit verband zo naauwkeurig en zo fluitend zy, als de Opftellers van the General Diötiona-

ry

Sluiten