Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den II eer A— B—« 'tft

zlgheden, gezelfchap, of tijdverdrijf? Zou'het ü geen doodlijk verdriet baaren, indien gij cenó week lang moest reizen op een' eenzaamen weg, waar gij geene vroolijke ontmoetingen hadt, om uwen geest te verleeveridigen en optebeuren? — Armzalig genoegen, dat geene de minfte tusfchenpoozing van bedaard nadenken dulden kan! ; :„

, • ; . ,»• •' ); c. 3011 nt

Het geen gij hebt hooren zeggen, is waarheid, Ik heb;met eenige weinige Vrienden, alle veertien dagen eene bijeenkoomst aan mijn huis, en dan beftceden wij een uur of twee, in het aanbidden en dienen van dien God, die ons gemaakt heeft. En kan dit uwe verontwaardiging, of üw medelijden wekken? Is het een bewijs van een' edeler geest, of meer befchaafde denkwijze*, geheel zonder God te leeven in de weereld? Indien ik op die tijden, in plaats van een godsdienstig gezelfchap, eene fpeelpartij hield, dit zou u niet mishaagen! Hoe kunt gij, een Man van verftand, nalaaten te bloozen van fchaamte, over uwe ongelukkige vooroordeelen ? Doch ik gedenk, hoe het weleer met mij zei ven gefteld Was, en ftaak mijne verwondering. Mogt Hij, die mij de oogen geopend heeft, ook de uwen openen! Hij alleen kan het doen. Ik verwacht ook niet, u door iets, als van mijzelven gezegd, te zullen overtuigen. Maar indien het Hem behaagde, van mij als zijn werktuig daar toe gebruik te maaken, dan zoudt gij overtuigd worden. Hoe zou ik mij dan verblijden! Het zou mij altijd tot

in-

Sluiten