Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gesprekken. 233

maaking , en dat het daar toe het middel is —• hielden eene gansch andere handelwijs, dan veelen , die zoo roekeloos met het Euangelie omfpringen , dat ze fchijnen dc leer der ellende geheel te kunnen overftappen , en mcenen , als de menfehen maar gelooven , dat zulks dan een kenmerk hunner begenadiging is; gelijk de Heer Censor ons heeft aangeweezen (t). Neen, zij predikten het Euangelie zoo ruim , vrij , en onvoorwaardelijk , als Jezus hun Heer hun had aanbevoolen ; maar weetende , dat de Geest des leevens die in Christus is , het hart van doode zondaaren voor hun woord en aanbod openen moest , door het onmiddelijk inplanten van een geestelijk Icevensbcginzel, hielden zij, in hunne zielezorg over menfehen , voornaamelijk daar op het oog , of ook de Geest , in zijne genadige werking , in hen te befpeuren was — niet als een grond des geloofs ; verre van daar ! maar ten einde, naar het oogmerk van den Geest, in de bedeeling zijner genade, medewerkers te moogen zijn , om hun te leeren , de aangebooden genade, niet met een dood onvrugtbaar, maar met een leevèndig ge. loof , te omhelzen , uit zulke beginzelen , en tot zulke oogmerken , als welken God voor. naamelijk bedoelt in 't hart van zondaaren te verwekken en teweeg te brengen. En dan leerden zij , dat eene verruimende toecigening des geloofs, nevens de vrijmoedigheid en roem

der

CO Blz. 43.

P5

Sluiten