Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 35 )

eerlykheid heefc, aan een ander beduiden, als had ik willen zeggen ? „ de fchakel der waar„ heden moet de verfchillende verftanden aan

,, den fchakel der waarheden beproeven

„ de fchakel der waarheden moet onderzoe3, ken, welk verftand enz."

Zoo fchryft hy ook (o), „ Nadien het men„ fchelyk verftand, in de toepasfing der eerfte en „ zekerfte waarheden feilen kan , befluit U H. „ G. dat iets waarheid zyn kan, 't welk met het „ menfchelyk verftand ftrydig is." Het ongerymde van deeze ftelling, „ iets kan waarheid „ zyn,'t welk met het menfchelyk verftand ftrydig „ is," toont zyn WEd. vervolgens, met veel ernft, aan; en leert ons, dat wel iets waarheid kan zyn, 't welk tegen de meening van deeze of gene menfchen, die de rede niet genoeg geraadpleegd hebben, aanloopt, maar niet tegen het gezond verftand: dat is, tegen het vermogen, om, naar eeuwig zekere beginzelen, voorwerpen aaneen te fchakelen. Maar

nu, met dus te redeneeren, doet hy zynen leezer gelooven , dat ik, in deeze ftelling, „ iets kan waarheid zyn, 'ï welk met het men-

„fiche-

(0) Tweede br. bl. 228, 229.

C 2

Sluiten