Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN T VADERLAND. ^

CLEANTHES.

Niets, dan dat ze my den gantfchen tyd dat ik met haar om moet gaan, van verdriet doet geeuwen. O gy moest de minne vrouw van den Ton eens kennen de geestigheid, het vuur, de fmaak , de taal zelfs daar ze zich in uitdrukt, alles vermaakt, alles verrukt by haar, en men zou eene halve eeuw met haar op een eiland kunnen doorbrengen , zonder het verdriet te kennen. Voeg hier by, dat men daar alleen de genoegens van zyn aanwezen fmaakt. Alles lchynt 'er door eene Tovergodin verzorgd te worden , tot de kleenfte gemakkelykheden deezes levens toe.

DE WYSGEER.

Maar, Cleanthes! zouden 'er in die kringen, die gy zo hooglyks roemt, ook geen menfchen zyn, die u uw Haat en omfïandigheden misgunnen?

CLEANTHES.

Zo zy'er zyn, dan begryp ik dat men ze in een dolhuis op moest fluiten.

DE WYSGEER.

Voorzichtig, myn vriend ! Gy meent het geluk in

een kring te zien daar gy niet toe behoort weet gy

wel zeker dat het 'er waarlyk in is ?

CLEANTHES.

Of ik het weet? Het blinkt'er op aller aangezichten.

DE WYSGEER.

En dat gy het 'er voor u in vinden zoudt, indien gy tot dien rang van menfchen behoordet?

CLEANTHES.

Ik zou de gelukkigfte mensch van de waereld zyn!

DE WYSGEER.

Ach, Cleanthes! hoe na zyt gy by het geluk.'

CLEANTHES.

Wat zegt gy? ik naby het geluk?

Sluiten