is toegevoegd aan uw favorieten.

De vriend van't vaderland.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN 'T VADERLAND.

Si

DE GRYSAART.

Dat weet ik zo! ik kan liet zelf niet zeggen, wyl ik het

weet, wyl ik het voele, wyl het gewis is en nu! Myne

Dochter en haar man , hebben my twee jaar onderhouden, —■

DE HEER VAN G.

Daar hebben zy haar' pügt aan gedaan.

DE GRYSAART.

Ik had zo veel geld voor my verzameld om niemand op myn en ouden dag lastig te vallen. Hoe ging 't? ik leende dit geld aan een' Edelman! die at en dronk, en was vrolyk en goeds moeds tot hy niets weer kon geven. Verfchoon my, genadige Heer! gy zyt een Edelman, maar ik zeg da waarheid.

DE HEER VAN G.

En ik hoor ze zo graag, al betrof het my zelf, als gy ze immer zeggen kunt. '

DE GRYSAART.

Vernuftiger ware het geweest, indien ik tot den dood toe

gearbeid hadde. Daar viel ik eenmaal bleek en koud

heen, en dat hield ik voor Gods wenk om in deeze waereld te befluiten. Genadige Heer ! ik heb niet den arbeid gefchuuwd, toen ik jong was genas ik my door arbeid, ik heb nooit andere medicyn gebruikt. Wat iemand in de jeugd

verfterkt, verzwakt in den ouderdom ik kon niet, myn

Heer, ik had reeds een half jaar bloot gebeden, en gezongen , daar ging myn geld verlooren! ik beproefde mynen arm, ik ving aan te willen, ik wilde in vollen ernst; alleen

ik kon niet, ik kon niet. Vergeef deeze traanen. Ik heb

geen bedroefder uur, dan juist dit beproevingsuur gehad, waar ik zo flecht beftond.

DE HEER VAN G.

Toen gingt gy naar uwe kinderen?

DE GRYSAART.

Ja, myn Heer! en zy kwamen my te geinoet. Ik heb maar M a eene