is toegevoegd aan je favorieten.

De vriend van't vaderland.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN 'T VADERLAND. 53

Gods aardryk aanfchouwen moest; zy weten dat het myn laatfte gang is.

DE HEER VAN G.

Neem, Vader! God zy met ul

DE GRYSAART.

Myn Heer! zo veel1 Neen,myn Heer! zo was het niet gemeend.' My ontbreeken nog maar twee guldens, het overige heb ik niet noodig. In den Hemel heb ik niets van doen. —

DE HEER VAN G.

Geef het aan uwe kinderen.

DE GRYSAART.

Dat behoede God, myn Heer! Myne kinderen kunnen nog arbeiden — zy zeiven hebben niets noodig.

DE HEER VAN G.

Tot het huis, Oude!

DE GRYSAART.

Het ftaat reeds!

DE HEER VAN G.

Gy maakt my rood, Vader!

DE GRYSAART.

Nu, dan zyn wy 't beide. Ik ben het ook over en over, wyl ik twee guldens aangenomen heb. Bewaar het overige, genadige Heer! voor lieden, die langer voor u bidden kunnen , dan ik. ■ '

DE HEER VAN G.

Gy beweegt my, Vader!

DE GRYSAART.

Ik hoop, ik heb ook God bewogen, die Iaate het u niet misfen! —

DE H SER VAN G.

Wilt gy wat eeten ?

DE GRYSAART.

Ik heb reeds gegeeten! melk en brood.

M 3 "