is toegevoegd aan uw favorieten.

De vriend van't vaderland.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

225 DE VRIEND

fen. Deeze verónderftelling is in waarheid fchynbaar; maar ik ben overtuigd door de fterkfte klaarblyklykheid dat zy valsch is. Ik kan de ondervinding tegen de theorie ftellen; en dewyl men zien zal, dat ik eene aanmerkelyke fchade by myn getuigenis lyde, moet men toeftemmeu, dat myn verhaal het duidelykfte kenmerk van oprechtheid bezit.

't Was eenmaal myne begunftigde grondftelling, dat iedér ménsch gelukkig is, naar maate hy deugdzaam is. Ik opperde dit gevoelen in alle gezelfchappen. En door eene laatfte poging van myn vernuft ten voordeele van myne ftelling, voegde ik eene aaneenfchakeling van gebeurtenisfen by een om ze optehelderen, en te ftaven , en om de handeling in de plaats van 't verhaal te kunnen ftellen, fchikte ik een' reeks van daaden naar de toneelwetten, en met veel moeite en arbeid maakte ik een treurfpel.

Toen het voltooid was, rustte ik uit als Hercules na zyne bedryveu, zegevierende over het voorledeneen het toekomende vooruit genietende. Ik las myn ftuk aan alle die geenen onder myne vrienden voor, welken my met een bezoek begunstigden, en als ik uitging, ftak ik het altyd in myn zak. Hier door raakte het aan een aantal van menfchen bekend, 't welk ieder oogenblik toenam. Eindelyk werd het met zo veel lof by een Vrouw van naam aangehaald, dat zy my tegen den anderen morgen om negen uuren op het ontbyt liet noodigen en my weten deed, dat een uitgekipt gezelfchap het vermaak' verwachtende was vari my de voorlezing van myn ftuk te hooren doen.

De aangenaame voldoening, die ik op de befchouwing van myn werk ondervond , de lofrede, die myne vrienden er my over maakten, en vooral de vleiende uitnodiging van de Dame, dit alles was naar myne gedachten een proef van myne beginfelen, gegrond op de ondervinding van dezelve, en eene belooning van myne verdiensten. Ik ging zitten nadenken, met veel eigenliefde, over de klagten , welke men in 't algemeen deed, dat het vernuft zonder befchenning was , en befloot ftellig, dat alle die geenen, welken men verwaarloost had, de geringfte aanmerking niet verdienden. Ik waande dat myn fortuin niet alleen zeker, maar ook zeer naby was, en dat de vertooning van myn ftuk plaats zou hebben, zonder dat ik verpligt zou zyn van eenige vernederende ftappen of aanzoeken by den Beftierer van den Schouwburg te doen.

Vervoerd door deeze gedachten, ftond ik heel vroeg op en my aangekleed hebbende, lang voor dat het tyd was uitte gaan, vermaakte ik mymet bymy zei ven de begunstigde plaatfen van myn treurfpel op te zeggen; de complimenten, die

men