Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E

VRIEND

VAN

'T VADERLAND.

(N°. 30.)

T

MYN HEER.!

"Van de Schepping der waereld af tot nu toe heeft nimmer een Spectator, onder welken naam hy dan ook op het toneel verfcheen zo lang gefchreven, zonder eenen enkelen keer te droorfien. Hoe komt het toch dat gy alleen hier eene uitzondering van maakt ? Gy wist immers wel, dat een Spectator droomen moest, en zo gy het vooraf al niet mogt geweten hebben, van het oogenblik dat de zwaarwigtige post op uwe fchouderen gelegd is , kunt gy uwe onkunde hier omtrent BH geen fchyn ter waereld meer voorwenden, dewyl het zeker is,gelykRabener duidelyk zegt, dat wien de Hemel een ambt geeft, hy er hem altyd het verftand by geeft. Maar mooglyk begrypt gy, dat de flaap geen noodzaaklyk vereischte tot het droomen zy, en dat men het zeer wel waakende verrichten kan. Om u de waarheid te zeggen, dit is my onder het le» Gg zen

Sluiten