Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KERSFEEST. 2f

de wilde pracht van hoge bergen, de

rijkdom en vrugtbaarheid der dalen, het lagchend groen van weiden en velden, bloemrijke beemden, fchaduwrijke bofchen

alles is fchoon , alles levert de

aangenaamfte, de heerlijkfte vertooning op. Ik zie eene zoo menigvuldige verfcheidenheid van fchoonheden overal, waar en wanneer ik ook deze aarde befchouw, dat ik in eene verrukkende verbijftering geraak — ik weet dan niet, wat ik het eerst, en

wat ik het laatst zal befchouwen mijn

oog wordt nooit vermoeid, nooit verzadigd. Alles zie ik, hoe dikwijls ik het ook gezien heb, met dezelfde graagte. Het blijft altijd nieuw, en door nieuwheid aantrekkelijk. Mijn hart kan voor een tijd iets van zijne levendigheid verloren hebben, maar niet zoo geheel, of de fchoone Natuur kan

het wederom herftellen. Ja! de aarde

is rijk in weldaden des Almagtigen, rijk in vcortbrengfelen van zijne milde Goedheid, rijk in fchoonheden, die oog en hart verrukken. Zij zijn rontom ons uitgeftrooid. Wij behoeven ze maar optezamelen, om ze

te kunnen genieten, Geen ftap geen

enkelen ftap kunnen wij voorwaarts, of ag-

ter-

Sluiten