Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CHARACTER DER ME N S CUE N. 1?

edoch zonder licht, langs de ftraat dwaalende; .aanftonds vielen ze op hem aan, en bekeurden ■hem. Hij hadt 'er, dat zeer natuurlijk is, veel tegen, en wilde maar niet van zijn geld afftappen, zeggende geene boete fchuldig te zijn. Zij namen hem daarop mede, naar de Corps de Guarde,en des anderen daags voor de Rechtbank. In het verhoor komende, lag men hem, met al de deftige ernst van dien ouden tijd, zijn overtreeding voor oogen, doch hij bleef ftijf en lïerk ontkennen iets misdaan te hebben, zeggende dat hij volkomen aan den inhoud der Publicatie voldaan hadde; dezelve werdt hem dus, ter zijner overtuiging, voorgeleezen. Na de voorleezing bleef hij nog ftaande lmtden., niets tegen de keur gehandeld tc hebben, daar hij zig wel degelijk van een Lamptaarn voorzien hadde. De Rechters wilden henbeduiden , dat zij een Lamptaarn met een Kaars 'er in, bedoeld hadden, doch hij zeide: das hebben mijne Heeren van den Gerechte van Ouihnaarde niet belast!

Ja! wat zouden de Rechters doen ? het was •een abuis jen! men liet hem in vrede gaan, maar ampliëerde oogenblikkelijk de Publicatie met de

woorden: met eene Samntterne/ met eene Iteec^fe 'er in, — De fiiaak verzag zig ook B 's avonds

Sluiten