Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'SPRAAKKONST. S3

Voorbeelden.

Triumpb! nu ben ik los, en tree met éénen flap de zvaereld uit,

hoogvliet, pag. 283.

Men rukt met drommen aan, men zwenkt, fluit zig bijéén.

FEirAMA, HENDRIK DE IV. pag. 154.

■ In de berijminge der Pfalmen, door het kunstgfnootsciiap van laus deo , als méde in de nieuw ingevoerde Pfalmen der publieke Kerke, vindt men deefe dingen ook in acht genomen. Om intusfchen mijne voorbeelden niet te veel te verménigvuldigen, zeg ik alléén, dat men 'er in Huidecopers Proeve van Taal en Dichtkunde, pag. 280. en pag. 447. ook getuigenisfen van vindt.

De Heer j. f. reitz zegt, in de voorréde voor zijne theiuata, dat fommigen fchrijven dóód, éér, éérst, féést, vermóórde hóópen; ja zelfs tóónéél. Ik keur deefe manier van fchrijven, in den dagelijkfchen (tij!, met gemelden Auteur, ten hoogste af; terwijl ik nogtans van oordeel ben, dat het in eene Spraakkonst, gelijk deefe, ganrsch niet ongevoeglijk is, een onderzoek naar de lange en korte dubbele vocaalen te vinden; waartoe de Heer Li ten kate, in zijn nooit volprcefen Werk, I. Deel, pag.

218 265, overvloedige aanleiding geeft. Ik zal mij

hier benaerstigen, om van alle die woorden, eene naauvvkeurige Lijst op te gaeven, alléénlijk om aan te toonen waar de lange en korte EE gevonden wordt, en zonder iemant te verpligten om juist alle die woorden met de accenten te fchrijven. Het diene alléén ter beftiering van de uitfpraake.

De harde lange éé fchrijft men in de volgende woorden.

I. BééT, (morfus) beet met de tanden. Béétw&Kt, bijtend water.

BLééK, bedorven, ongedaan, vaal, droevig, wit van aan-

gezigt. BLééK, bleik,

Lianenbléék.

De zagte lange ee wordt gefchreeven in

Beet van Bijten. Hij beet mij in de hand.

Bleek , van Blijken. Het bleek uit alle 'de omflandighédea dat hij fchuldig was.

B 4 Dééd

Sluiten