Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

142 NEDERDUITSCHE

van .Droegen, Drogist; —— van Paap, Papist; vart

Vod, Godist, enz,

Anderen in dom, als Paus, Pausdom; Hertog, Her*

togdmn; - Christen, Christendom; Heiden, Heiden¬

dom; —— Hoer, Hoerendom.

Veele Zelfdandige Naamwoorden worden afgeleidt van Bijvoeglijke Naamwoorden, en eindigen in deid; dus komt van

Aardig, Aardigheid; van Bang, Bangheid; van

Blind, Blindheid; van Rood, Roodheid; van Wit,

Witheid; van Wijs,Wijsheid; van Gek, Gekheid;

van Blank, Blankheid.

Sommige gaan uit in te, als van Dik komt Dikte; van

Diep, Diepte ; ■ van Groot, Grootte; van Hoog, Hoogte; ■

van Laag , Laagte; van Scherp, Scherpte; van

Sterk, Sterkte; van Steil, Steilte; van Droog, Droog¬

te, enz.

Eenige Zelfflandige Naamwoorden worden afgeleidt van Werkwoorden, en eindigen in er en is. Dus komt van Eeten,t

Eeter; van Gecven, Geever; van Snijden, Snijder;

van Vliegen, Vlieger; —— van Bedriegen, Bedrieger; enz. wanneer dezelven tot het Vrouwlijke worden overgebragt, dan

komt van Eet en, Eet/Ier; van Naaien, Naaifier;

van Bedrieger, Bedrieg/Ier; van Begraaven , Begraave-

tiis; van Behouden, Behoudenis ; van Befnijden,

Befnijdenis; van Geheugen, Geheugenis; van Gelijken , Gelijkenis; van Getuigen, Getuigenis; van Groeten , Groetenis; van Kennen, Kennis; van Laaven->

Laavenis; van Ontroeren, Ontroerenis; van Ontvangen , Ontvangenis; ■ van Vergeeten, Vcrgeetenis; van

Vergeeven, Vergeevenis; enz. De twee laatste woor¬

den drukt men ook uit door Vergeetenheid en Vergiffenis.

De Zelfflandige Naamwoorden zijn:

t. Eigen. 2. Gemeen,

Een eigen Zelfflandig Naamwoord , is zoodanig e'e'n, 't welk alléén op een éénig Zelfflandig ding past; en daaraan alléén eigen is. Van dien aart zijn de Naamen van Landen, Stéden,

Rivieren, Bergen, Mannen, Vrouwen, enz, Kunnende

de onbepaalde Geflachtwoorden een en eene daarvoor niet gefield

Sluiten