Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ferdinand

fchuilen , uit Lotjes blaauwe oogen rolleö

haar hart kon niet meer zij

zonk met haar hoofd op de borst van den jongeling neder, en zocht daar haare vertedering te verbergen. Mijne aandoening ver-

ried mjj. Hoe menigmaal had ik traa-

nen van het eigen gevoel in de oogen van

constantia zien glimmen I hoe vaak had

ik ze met mijne lippen opgedroogd! _ en nu,... Neen, willem! ik was hartlijk blijde over het geluk der beide jonge lieden; ik wenschte heimelijk vuurig, dat het in mijne ellende niet eindigen mogt; maar 't werd mij onmogelijk dit toneel langer bij te

wonen alles draaide met mij in het rond

ik voelde dat ik neer ging itorten. Ik ontfchuldigde mij voor dien middag, zo goed als ik kon, verliet ijlings het vertrek, en trad bijna wezenloos mijn' trap op. Ook hier werd het mij ras te benaauwd; na van mijne eerfte ontroering bekomen te zijn, greep ik mijnen Osfian op, en begaf mij naar den tuin. Aan deszelfs einde ftaat een digt beuken prieel, daar een kleen beekje van levendig water over witte keitjes langs heenen bruischt. Uit eene gefchoren opening ziet men over eenige weilanden, die met de fchoonfte koeien

be-

Sluiten