Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

72 FERDINAND

geesten, op het graf nederzonk en daarin eene foort van fluimering viel, waaruit hem gewoonlijk de eerfte ftraalen van den aanbrekenden dageraad voor nieuwe folteringen wekten.

Zo is zijn leven geweest van het oogenblik dat hij hier van Roozenburg wedergekeerd is. Vruchtloos poogde ik hem te vertroosten met alles wat de Godsdienst hier toe aanbiedt. Hij hoorde mij geduldig aan, mengde zijne traanen met de mijnen, vloog om mijn' hals, en bleef daar eene geheele wijl fpraakloos hangen, 't Was mij dan onmooglijk iets meer te

fpreken. Ik leed, ik voelde met hem;

een ftille hartgrondige zucht vloog uit mijnen boezem ten Hemel, en ik volgde hem met mijne fcheijende oogen na, zo lang ik hem bereiken kon. ■ Eenmaal deed ik mijgeweld aan. Hij hing aan mijnen hals. Ik poogde door te fpreken. „Lieve ferdinand! gij hoort mij aan — gij miskent mijn hart niet — ö het flaat geheel voor u! — voor uw waar heil! - maar ach! gij blijft hardnekkig u aan eene verflindende droefheid overgeven, die het graf voor uwe treden delft Heeft de Godsdienst iets vertroostends, dat de Vriendfchap, de innigfte, de deelneemendfte

Vriend-

Sluiten