Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en CONSTANTIA.

73

Vriendfchap u van mijne lippen niet toege-

ademd heeft ? En gij blijft dezelfde.

I Sints wanneer is onze beminlijke Godsdienst de laatfte, maar teffens de zekere, de reddende, toevlugt van ongelukkigen niet

meer ? Gij zijt een lijder, lieve

Vriend! gij kent ellende; maar in Gods naam, wacht u dat gij uw noodlot niet rechtvaardigt ! Heb moeds genoeg om die

rampen te dragen, die de tederhartigfte en

wijste Vader u toezendt en, hoe

lioog ze ook geklommen zijn ferdinand! kent gij 'er anderen? Geloof

mij, mijn Waarde ! geloof uwen oprechten Vriend, die deeze lokken in angst en traanen heeft zien grijs worden, maar die zonder den bijftand van den Godsdienst van jesus Christus reeds door 't gewormte verteerd ware; het oogenblik zal aanbreken

zo zeker als de Eeuwigheid aanbreken

waarin gij niet wenfchen zult éénen

droppel minder uit den bitteren kelk der te-

genfpoeden verzwolgen te hebben!"

Hier viel hij op zijne knieën, hief zijne handen omhoog ; maar bleef even fpraakloos. Hij herftelde zich ijlings, en wenkte mij dat ik hem volgen zoude. Ik deed dit. Hij E 5 voer-

Sluiten