Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5i4

DE WALVISCHVANGST.

overtreeden , en by hunne te rug komst onder eede verklaaren " dar zulks noch door hen, noch, huns weetens, door anderen gelcliied is: ter verzekering hier van, geeft men ieder Schip dat met den eerften Haring elders heen gezonden wordt, een byzonder getuigfchrift mede, om ter plaatze van zvne beftemmiflg te kunnen vertoonen, ten einde niemand bedroogen, noch den handel eenig nadeel toegebracht worde. De plaatze alwaar de Haring gevangen wordr, verandert ook naar den tyd • dus wordt van St. Jan tot St. Jacob, den vyf en twintigften July, omtrent Fatrhill en Hitland gevischt, doch tien dagen na St. Jan rekent men, dat de beste Haring gevangen wordt. Van St. Jacob tot den veertienden September, of Kruisverheffing werpt men de netten onder Schotland by Bockeney en Serel niat uit; van Kruisverheffing tot den vyf en twintigften November, of St. Catharina, ftevent men ten dien einde naar het diep water, beoosten Jarmouth, en eindelyk van den vyf en twintigften November vervolgt men den Haringzwerm verder op by Jarmouth en Nordfolk.

„ Geduurende de eerfte drie weeken, namelyk van den vyf en twintigften Juny tot den vyftienden July, wordt al de gevangen Haring onverdeeld in zoorten onder eikanderen in tonnen gepakt, en door Ihelzeilendc vaartuigen, die dc Buizen worden nagezonden, in de Jaagers naamelyk, overgenomen, en, zo fpoedig als mogelyk is. naar Holland gevoerd; om welke reden deeze Haring Jaagersharing genoemd wordt. Na deezen tyd wordt de Visch, zo dra'hy "binnen Scheepsboord gebracht en gekaakt is, in drie zoorten nauwkeurig onderfcheiden, naamelyk in Maatjes- Haring , Folie- en Schoot-Haring welke alle afzonderlyk gezouten , en in byzondere tonnen gepakt worden. (*) In de Maatjes Haring wordt noch melk noch kuit gevonden; dezelve is zeer fmaakelyk en vet, doch niet duurzaam. —— Volle Haring noemt men die foort, die vol melk of kuit, en dus in zynen volmaaktften ftaat is; deeze foort is het die 't meest in den handel gebruikt wordt, en 't

Jangst zonder bederf bewaard kan worden. Schootharing,

die men ook Tien Haring of Holharing noemti, is de zodanige;' die kuit gefchooten heeft, en dus ydel, ledig of hol is ,'of by welke de kuit of melk zo los zit, dat hy op het punt ftaat van te Ichieten, in welken ftaat men hem kuit- of melkziek heet. Deeze Haring is weder Hechter, en kan niet zo lang zonder bederf bewaard worden als de Volle Haring.

>, De laading der te huis komende Buizen beftaat derhalven

uit

f') Bieten de opgetelde foorten, is 'er no? eene die men foor- of Crashanr.g noemt die naamelyk . welke te vroeg gevangen is ; ,'{:« i00rt uutf Jlier te Land; ;n liet gc!)etl met Vcrkojt wuidcn. »

Sluiten