Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

515 A. MEISZNER

bloofgefteld ziet : zyn geile!, naar lichaam en" geest, wordt hier door ten uiterfte verzwakt; eene buitenlandfche reis herftelt hem eenigzins; zamenloopende omftandigheden doen hem opmerken hoe hy zig vergeefsch ontrust, kwelt, en onverftandig het volmaakte hier op Aarde zoekt. Eindelyk brengt een treffend geval ham tot een nader indrukbaar bezef van zyne buitenfpoorige grilligheid in deezen; en 't gelukt zyner Huisvrouwe hem volkomen te overtuigen, ,, dat het een misdag is den

Nyd moedwillig te tergen; een nog grooter, eene on-

„ verdiende benyding niet te willen verdraagen; en

„ dat het de grootfte misdag van allen is, een anderzins rre'uk,. kig leven door zulk eene grilligheid te verbitteren." " Gustaaf IJndau geeft hier een leevendig verflag van zyne lotgerallen, in zeer verfchillende omftandigheden, die telkens zyn geluk dwarsboomen; vermids hy zig blootgefteid ziet, aan nydigeaanvallen , en geen fterkte genoeg bezit, om denzelven te-

genftand te bieden. Tot een ftaal der fchryfwyze van

den Heer Meiszner in deeze Verhaalen, zullen wy den Leezer het berigt van een der ongevallen van Gustaaf' LJnd'au vatfi dedeelen; waar in ons voorgedraagen wordt, hoe zelfs kleinigheden nyd kunnen verwekken.

Bykans in alle leevenftanden had Lindau den nvd ondergaan; dit deed hem eindelyk den laagen Boerenftand verkiezen, zig vleiende met het denkbeeld , dat hy 'er dan niet voor te dugten zou hebben: dan ook hier in mislukte het hem. Hy fcheen 'er, door zig in alles na zyne Dorpgenooten te fehikkén, eenigen tyd gelukkig in te daagen ; dan 't leed niet lang, of de invloed, welke zyne Vrouw op haare Mede-Boerinnen had, liep de Vrouw des Dorps-Schoolmeesters, die tot nog onder haar den toon gefield had, dermaate in 't oog, dat zy haare nydigheid botvierde; en wel te meer, toen zy bemerkte dat ook haar Man op Lindau nydig was, ter oorzaake van iets, dat nog veel minder te bed-uiden had; waar van Lindau het volgende verflag geeft.

,, In het naaste Stadje, zegt hy, kwam, toen een zoort van Courant uit, omtrent in dien fmaak, als het Dagboek van ekkard, of de Mercurius door mars afgezonden. Een van de Boeren hield ze. Zyn Zwager was Letterzetter in de Drukkeryj deeze fchonk hem, elke Weekmarkt, 'er één; welke vereering eenige potten Boter, ieder vierendeel/aars, dubbeld vergoedden. — Zonderling is het "toch, wat een Mensch, by zyne Medemenfehen , al aanzien geeven kan. De Man, die met een Oidenlint omhangen is, kan, by zyne intrede in een hoog adelyk Gezelfchap, aan dar genadige fpotten der Vorften, (gelyk thommel het noemt,) niet meer verfchuldigd weezen, dan de eigenaar van dit Weekblad , als hy by zyne vrienden en bekenden kwam, aan het zelve te danken had. Met het uitgeftrekifte verlangen wagtte men, 's Zondags in de Kroeg,

na

Sluiten