Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OP DE DEUGD.

515

mag men in gezelfchappen gcfprekken voeren, die tot eene geoorloofde uitbanning dienen, of over gebeurtenisfen, die binnen onzen kring voorvallen, lopen; van den edelen Godsdienst intusfclien altoos te zwijgen, alleen om dat men zou aangezien worden voor een man, die weet te leven, is niet alleen verkeerd, maar behoort ongetwijfeld tot die wereldliefde, welke bier als de vruchtbare bron van het heerfchend zedenbederf opgegeven wordt."

Op het voorftellen dezer bepahnge maekt zijn Eerwaerde 'er zijn werk van, om de baerblyklykbeid zyner ltellinge, aat de2e onmatige waereldliefde de voorname oorzaek van het hier beoogde mangel is, onderfcheidenlyk aen te toonen. Zulks ontvouwt hy, ten aanzien van (1) de Deisten, (2) de menfehen van een middelmatigen ftand, (3) de onderfeheiden gezindheden der Christenen, (4) en zo ook de Hervormden. Tot deze laetstgenoemden., op welken zyn Eerwaerde ene byzondere betrekking heeft, als oogende met deze benaming op de heerfchende Kerk hier te Lande, gekomen zynde_, agt hy het noodig , niet flechts hun waereldschgezind charaéter in 't algemeen te befchryven, maer tevens naeuwkeuriger na de oorzaken van dit kwaed te onderzoeken. Hieromtrent trekt bovenal zyne opmerking het misbruik dat vele belyders van de leerttellingen hunner belydenisfeu maken, inzonderheid van die, aengaende de kracht der verzoening, het onvermogen van den mensch ten goede, en het niet verdienende der goede werken. Zulks noopt hem om „ aan te wijzen, hoe deze leerftellingen genoegzaam van allen misbruikt worden, om de kracht van den Godsdienst te llremmen; waarvan ik, zegt hy, „ de oorzaak vinde in de wereldliefde, en in de aanlei„ ding, die tot dit misbruik fomtijds, door de onvoors] zichtige voordragt dezer waarheden , in de famenllelien ,, der Godgeleerden en op den predikfioel, gegeeven „ wordt:" en 't komt hem voor, dat velen ook hier te fterk bezield zyn, ,, met menfehenvrees, zugt tot rust en gemak, najaging van wereldfche eer en achJ, ting, en gunst van menfehen; des wij hier wederom „' zien de wereldliefde, de kracht der waarheid verdoo!, vende,'in 't hart ingellopen."

De geagte Opfleller dezer Verhandelinge dit laetstaengeduide uitgewerkt, en daermede zyne taek in zoverre voltrokken hebbende, dat de oorzaek van het beoogde

man-

Sluiten