is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe algemeene vaderlandsche letter-oefeningen, waar in de boeken en schriften, die dagelyks [...] uitkomen, oordeelkundig [...] verhandeld worden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8o CHARACTERSCtini'zen

de, en te beproeven welke vermogens ter Gefcbièdkundd hy bezat. Van het uitharden deez.es Oorlogs af waar in hy , als Krygsman , een ongelukkige rol (peelde', oordeelde hy, dat het de grootde, hardnekkiglte en belan°rykfte Zou weezen , dien men immer voerde. Hy maakte, overzulks, eenen aanvang, om de doffen, ter befchryvinge daar van noodig , te verzamelen en op te leggen ; in de keuze en fchikking van welke doffe hy vervolgens duidelyk liet doordraaien zynen toeleg om herodotus op zyde of voorby te dreeven.

Te veel toegeevens in verciering hadt het Gefchiedverhaal van herodotus geen luister'bygezet. Th cydides gaf voor, louter door Liefde tot de Waarheid bezield te weezen: ., Zyn verhaal was niet gefchikt om het gehoor

te ilreelen der Toehoordereu by de Olympifche Spelen.

Door een getrouw verllag van" het Voorledene , hoop„ te hy zyne Leezers hulp te bieden in het gisfen over „ het Toekomende. Naarriemaal de Menschlyke Natuur „ dezelfde bleef, zou zyn Werk altoos van dienst blyven: „ gebouwd zynde op zodanige beginzelen als het zelve „ van eene eeuwigduurende waarde maakte, en geenzins

„ om eene kortdondige toejuiching te verwerven".

De uitvoering beantwoordde "aan dit edel oogmerk.

In zyne Inleiding loopt hy de Fabeleeuwen van Griekenland over, zorgvuldig het waare van het valfche fchiftende. Van Thraeie fpreekende, roert hy, met eenevoeglyke kortheid, de Fabel van tereus en progne aan; en Sicilië befchryvende, Haat hy als van ter zyde het oog' op de Cyclopen Lestrigonen. Doch hy keert, als den walch deekende van zulke gedrogtlyke Verfchynzelen, onmiddelyk te rugge, en tot het groot oogwit zynerjGefcbiedenisfe. — Om deeze tot eene getrouwe Schildery des tydperks,daar in befchreeven,te maaken, delt .,y zich voor te befchryven niet alleen wat gedaan , maar ook wat gé»* zegd,was, door 'er zodanige Aanfpraaken van Staatsmannen en Veldheeren in te voegen, als hy zelve gehoord hadt, of hem van anderen verhaald waren. Dit dierbaar gedeelte zyns Werks heeft ter baak van naavolginge gellrekt vooralle laatere Gefchiedboekeren, tot dat de verbetering der Krygskunde aan den eenen en het verderf deiZeden aan den anderen kant, dusdanige Aanfpraaken overtollig deeden worden. Wellpreekenheid was, ten eenigen tyde, een prikkel tot Dapperheid, en een werktui* de« Staatsbeduurs. Doch 'er itond een tyd te komen ,°waar

in