is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe algemeene vaderlandsche letter-oefeningen, waar in de boeken en schriften, die dagelyks [...] uitkomen, oordeelkundig [...] verhandeld worden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BESPIEGEL. WYSGEER OMTRENT DE SCHEEPVAART. 437

DE BESPIEGELENDE WYSGEER , HET OOG OP DE KX'NST DER SCHEEPVAART VESTIGENDE.

(Naar liet Engelsch.)

Wie was hy, die zich eerst ter Zeevaart heeft gewend,

En, duikende onvcrfaagd in uitgeholde hoornen,

Beftondt te glippen op den gladden buik der Jlroomen?

Op dat de Stevenkroon zyn beeltenis vereer,

Zo lang matroozen zich betrouwen op het meir.

De Britten, afgericht op rooven en vrybuiten,

Braveerden lang ter zee met zwakke leeren fchuiten;

De Nyl Jïondt lang verbaasd, dat hy zyn fnelle vliet

Met vlotten zag bejlaan van dickgevlogten riet.

Heel Grieken waagde, toen de Zeilkunst aan het groeijen,

Op 't zeefpoor van Dedaal, in zee Jlak zo?ider roeijen,

En op haar wieken dreef, fchoon Ikarus, te Jlout

In 't vliegen, plompte in zee, die nog zyn naam behoudt.

Maar Nereus werd eirtyds alleen geploegd van fcheepen, Om Jchaars van 's nabuurs kust den nooddruft aan te jleepen: Nu fnyt men Tetis rug, zo ver zy, onbepaald, Het Noorden niet ontduikt, op 't waaien van de Naald, Met watertorens en gevleugelde kasteelen Braakt vuur en donder uit metaale en yzren keelen , En tart de Jlormen met gevaarten, uit het zout Zich heffende, als een berg van yzerwerk en hout.

Nu zeilt me, om ryker oogst van kostlykheên te vinden* Van wereldsdeelen af na alle vier de winden, En (Irseft de Zon voorby, die, al te lang gedraald, Haar halve ronde fluit, eer zy hem agterhaalt.

ANTONIDESi

't Ts geen ongegrond vermoeden, dat alle de vroegfte Uit1 tochten des Menschdoms te Lande gefchied zyn. De Oceaan , die allerwegen de bewoonbaare Aarde omringt , zo wel als de verfcheide Zeeboezems , die het eene Ryk van het andere fcheiden, fchynen, fchoon gefchikt om de gemeenfehap tusfchen wydafgeleegene Landen gemaklyker I te maaken, eerst gevormd te weezen , om dan voortgang

U. DEEL. MENGEL W. NO. 10. Gg «Jg*