is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe algemeene vaderlandsche letter-oefeningen, waar in de boeken en schriften, die dagelyks [...] uitkomen, oordeelkundig [...] verhandeld worden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44° DE I5ESHECELENDE WYSGEER

die Kunst rust. Schoon de eigenfchap des Zeil-

iteens,_van Yzer aan te trekken, den Ouden wel bekend was, Vlei onder hunne opmerking geenzins bet yerbaaeender vermogen , om de wereldpoolen aan te wyzen. Veritooken van deezen getrouwen gids , die thans den Zeeman, met zo veel zekerheids, geleid door den wyden Oceaan , 111 de donkerde nagten , wanneer de difcïte wolken het uitfpanzel bedekken, hadden de Ouden geen ander middel , om ,hun koers naar in te rigten , dan het waarneemen van Zon. en Starren. Onwis en vol fchrooms was gevplgjyk hun Zeereizen. Zeldzaam , en misfchien nooit dan uit nood, verlieten zy het gezigt des lands, maar voeren langs de kust, blootgefleld aan alle de gevaarert, en opgehouden door alle de hindernisfeh , onvermvdelvk aan zulk bekrompen zeilen vast. Ongeloollyk veel tyds haddon zy noodig, om reizen te volbrengen, thans in wemtg dagen afgelegd. Zelfs onder de\a|t(te lugtllrceken, in de minst flormige Zeeën , was het alleen, geduurende de Zomermaanden , dat de Ouden hunne ïiaven. durfden ver laaten ; het overige des jaars werd ten deezen opzigte werkloos gefleettai. Men zou het voor de groot. Ire onbedagtzaaaiheid gehouden hebben , de woede van wind en golven te tarten in eenig ander jaarfaifoen.

Schryvers, die dit onderwerp breeder behandeld hebben wyzen den voortgang der Scheepvaart onder dc Ouden aan beginnende met de Egyptenaars, fpreekende vervolgens y in de Phemucn, Carlhaginenjers, Grieken tv Romeinen. TJit <,eeze be.chouwing, die van den eerden dageraad der t.e.chieokiinoe , tot den volkomen ftaad des Romeinfchen Ryks , kan nagegaan worden , blykt ten vollen , dat de vorderingen der Ouden zeer traaglyk toegingen. ZV fchvnen met geevenredigd aan't geen wy zouden hebben mogen verwasten , van de onderneemzugt en werkzaamheid dei Mentenen, noch aan het vermogen der groote Ryken rii- agrereenvolgende, de Wereld beheerschten.

Indien wy de verhaalen, die iabelagtig en duister zyn. verwerpen en ons alleen houden by het licht en de on derngnng der waare Gelchicdenisle, moeten wy befluitem dat de kennis, welke de Ouden van de bewoonbaar Wereld ver-kreegen hadden , zeer bepaald was. Dit zou ge noegzaam blyken, uit het nangaan van zulke gXlS der Wereld , als zv nimmer bezogten. Doch 4 is een nader en meer beflisfende proeve hier van voor ha den W het denkbeeld, algemeen onder hun hcerfchende da\

de