Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

£12 OORSPRONGEN VOORTG. VAN DE VERCIERDE GESCHIEDENIS.

teel vermaak noodig om het ledig vak van bedryfloosheid, en de verdrietige uuren van ledigheid, aan te vullen. Weelde verzwakt de Ziel, en maakt dezelve onbekwaam tot het uitvoeren van- groote daaden. Voor den vrolyken en losfen gaat de beoefening des Verftands vergezeld met ondraagbaare vermoeienis. De Verbeelding moet gaande gemaakt, geroerd en door eene verfcheidenheid van vermaaken geftreeld worden. ' De Smaak deezer Eeuwe is te kiesch, om de gedrogtlyke vercieringen der oude Legenden te kunnen verdraagen, of de buicenfpoorigheden der Heldhaftige Romans te kunnen dulden. Men heeft eene foort van Verdichting ingevoerd, welke voorgeeft de Natuur naar te fchilderen, de Zeden des daadlyken leevens af te maaien, en Cbaracters te befchryven, zo als men dezelve weezenlyk by het Menschdom aantreft. Onder eene bykans eindelooze verfcheidenheid van Schriften van deezen aart, in deeze Eeuw aan 't licht gekomen, is eene verbaazende menigte, welke met regt als een hinderlyke overlast in de Geletterde Wereld mag worden aangemerkt; doch men moet erkennen, dat 'er veele onder zyn, welke eene zeer groote maate van verdienden bezitten, in alle de kronkelpaden van 't menschlyk hart open te leggen , en de weezenlyke Zeden des Menschdoms af te fchetzen.

Of deeze foort van Schriften, welke thans zo zeer de overhand genomen hebben, ftrekken om den Smaak en Zeden eens Volks te verbeteren of te verflimmeren, is eene zaak van eene andere natuur, tot welker onderzoek ik my tegenwoordig niet kan inlaaten (*).

(*) Wy hadden dit ftukje reeds vertaald, eer de keurlyke Verhandelina van beatti over dc Fabelen en Romans in 't Nederduitsch het licht zag*" in het II Deel der IVysgeerige Oordeel- en Zrdekundige Verhandelingen diens Hoogleeraars, in den voorleden Jaare, by a. looSje's Pz., uitgegeeven: Zie ons "berigt in de N. Mg. Letleroeff. — II Deel. bl. dan, fchoon' wy bekennen moeten, dat hy her Onderwerp wydluftiger behandelt dan de Schryver van deeze Proeve, en wy bykans te raade werden, dezelve agter te houden., fcheen het ons nogthans toe, dat 'er hier en d:iar iets in voorkwam, 't geen, ondanks een beter ui tge werk ter ftuk over die itofle met genoegen zou gileezen worden.

De Opfteller deezer Proeve heeft, zo min als beatti, zich iiitgelaaien over het Gebruik en het Leezen der Romans; wy zullen, over dit Onderwerp, by eene nadere gelegenheid, onze gedagten medcdcelcn.

EEN

Sluiten