is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe algemeene vaderlandsche letter-oefeningen, waar in de boeken en schriften, die dagelyks [...] uitkomen, oordeelkundig [...] verhandeld worden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de jure belgici civilis. 447

Zoon, roept hy deezen,. te gelyk met hunnen Oom, " door het recht van plaatsvullinge, by .ftaaken tot dc " erfenis. Maar het andere geval, indien 'er alleen Klein" zoonen zyn uit twee Zoonen, gaat hy hier voorby, " even gelyk in de opvolginge van zydeliugfche blocd" verwanten; ongetwvffeld daarom, dewyl dezelfde bil" IvHieid, welke eischte, dat de Klcinzoonen, met hun" iren Oom te zamen komende , de plaats van hunnen " Vader vervulden, ook vorderde, dat, indien 'er alleen

V Kleinzoonen uit verfcheidene Zoonen waren, deezen " ook in dit geval de perfoonen hunner Vaderen moes" ten verbeelden, cn, derhalven het verzwegen geval " van zelve beflist wierd door het uitgedrukte. En dee-

V ze gelykheid van reden, in de opvolginge in dc neder' gaande lyn wordt goedgekeurd, cn dc Kleinzoonen uit

onderfcheiden Zoonen, al zyn zy alleen. by ftaaken

toegelaten door de Uitleggeren, en met hun door 'd.e

Omtanders Landr. III. £. Art. 51. de Oldambters ,' Landr. III. B. Art. 78. De Ovcrysfclfchen gaan het ,' o-eval ftilzwygende voorby, ten zy men het wilde bc,! trekken onder het woord altyd. Landr. II. D. Tit. 6.

Art. 1. Die van Zutphen roepen, evenwel, in dat „ o-eval de Kleinzoonen by hoofden. Landr. Tit. 17. Art.

2. Daar nu dezelfde reden justinianus heeft bcwo- 1 l o-éii om de Necven uit eenen vooroverledenen Broeder,

te gelyk met hunnen Oom, ook by ftaaken te roepen; ' welke reden kan men dan geeven van. dit onderfcheid,

dat men in de nedergaande lyn, van het uitgedrukte " o-eval rcdekavele tot het overgedagenc , en de Klcin,' zoonen uit onderfcheiden Zoonen , indien zy alleen ,' zyn, by ftaaken moge toelaaten; maar dat hetzelfde

niet zoude vry ftaan in de zydeliugfche lyn ten opzichte ' van Neevcn, indien 'er die alleen zyn; daar het cea

V vaste regel in de rechten is, dat, waar de reden gelyk I' is, ook het recht behoort gelyk tc weczen. •

III. Dit dringe ik nog fterker aan. De Keizer bepaalt, " dat, indien *er Neeven zyn uit éénen Vollen Broeder, " en daarenboven nog Halve Broeders, deeze laat-lten , " welke den Overledenen in den tweeden graad beftaan „ " uitgefloten worden door de Neevcn uit dien Vollen " Broeder, fchoon in den derden graad zynde. Dit kon" dc niet gefchieden , indien zy niet door het recht van " plaatsvullinge, by ftaaken geroepen wierden; en echter \\ Zyn zy, in "dit geval, de eenige opvolgers, zonder dat