Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der keerkring-vogelen.

17

Op het P'aasch-Eiland', de Sociëteit- en de Vriendlyke Eilanden. De Hcercn cook en forster hebben ook deeze Vogels aangetroffen op verfcheide plaatzen in volle' Zee , omtrent op dezelfde Breedte: want fchoon derzelver verïchyning aangemerkt wordt als een teken van de nabyheid des Lands, blykt het onlochenbaar, uit de verhaalcn der Zeelieden, dat zy zich zomtyds op verbaazende afltanden vcrwyderen , en verlcheide mylen ver vliegen. ,, Wy zagen" fchryft feuillee,,, een Keerkring-Vogel ,, op twintig Graaden Noorder Breedte, en drie honderd „ zes en dertig Graaden Langte. Ik ftond verfteld, dee,, zen Vogel, op zulk een grooteu afftand van het Land, ,, als wy ons toen bevonden, aan te treffen; onze Capi„ tein, die verlcheide reizen na de Americaanfche Eilan„ den gedaan hadt , myne verwondering bemerkende, ,, verzekerde my, dat deeze Vogels 's morgens van de ,, Eilanden afvloogen, om hun leevensonderhoud op Zee ,, te zoeken, en 's avonds na hunne nesten wederkeer,, den, zo dat zy zich omtrent vyf honderd mylen van ,, die Eilanden moeten vcrwyderen (f)."

BehalVen dat de Keerkring-Vogels zeer fterk en vlug van. vlugt zyn, hebben zy, om zulk een langen weg afteleggen , 'het vermogen, om op het water te rusten; labat wil, dat zy 'er zelf op flaapen, en daar een fteunpunt te vinden, door middél hunner breede geheel gevliesde Pobten, welker vingers gansch aaneen verbonden-zyn door een vlies, gelyk die der Kormorans, Fregat-Vogelen, met welken de Keerkring-Vogel in aart overeenkomt, als mede in de gewoonte, om op de boomen te roesten; ondertusfehen beeft hy meerder overeenkomst met de Zee-Zwaluwen, dan met een der gemelde Vogelen; naar dezelve gelykende in de langte der vleugelen, die kruislings over den Staart leggen, wanneer de Keerkring-Vogel zit; opk gelykt hy naar dezelve, In de gedaante van den bek, die, egter, veel fterker, veel dikker, en aan de kanten even getand is.

De grootte van den Kecrkring-Vosel is die van een gewooneDuif: en't helder wit zyner Pluimadie zou genoegzaam weezen om hem uit te doen munten; doch zyn in 't oogloopendst kenmerk is een dubbele lange veder, welke zich vertoont als een Stroohahn, in den Staart geftoo-

ken,

(t) Feuillee, Obfervations, p. 170. III. deel. mengelw. NO. i» B

Sluiten