is toegevoegd aan je favorieten.

Nieuwe algemeene vaderlandsche letter-oefeningen, waar in de boeken en schriften, die dagelyks [...] uitkomen, oordeelkundig [...] verhandeld worden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER. DE SEXEN DER PLANTEN.

5"

daags 's morgens: op 't midden van den dag is die druppel grootst. Indien men de Helmftyltjés 1'chudt op zulk eene wyze, dat derzelver Zaadftof zich met dat vogt kan vermengen, ziet men dat vogt welhaast troebel en geel worden, en men onderfcheidt kleine donkere ftreepjes van het Mondje tot de beginzelen der Zaaden. Eenigen tyd daar naa, wanneer de vogtdruppel geheel opgcllurpt is, vindt men het Zaadftof op het Mondje gelegd; doch dezelve is ongeregeld, en heeft de eerfte gedaante verlooren. ■ Ik kan daarom niet toeftemmen in 't gevoelen van den Heer morland, en eenige anderen, die denken , dat de bevrugtende ftoffe door het Mondje heen gaat, en misfchien tot in het vrugtbeginzel der'Zaaden door, op dezelfde wyze als leeuwenhoek geloofde, dat de Zaaddiertjes tot in het binnenfte der Eycren doordron-,

gen (*). ■ De Mirabilis levert ons een fpreekend

voorbeeld op van de valschheid deezer ftcllingc. De Zaadftof van deeze Plant is zo groot, dat dezelve in grootte bykans het Stampertje te boven gaat; zy kleeft fterk aan 't Mondje, 't welk de Zaadftof, daar op gevallen, zuigt en opflurpt, even als de Zee-polypen, wat binnen derzelver bereik komt, uitzuigen. Op een avond, in dc maand Augustus, nam ik zorgvuldig alle de Helmftyltjes weg van drie Bloemen der Mirabilis longiflora, cn ik vernietigde teffens alle de Bloemen van dezelfde foort, die open waren : ik verfprcidde op die Bloemen dc Zaadftoffe van de Helmftyltjes der Mirabilis jalappa: de Zaadhuisjes zwollen; maar kwamen niet tot rypheid. Op een anderen avond nam ik dezelfde Proeve, doch de Zaadftoffe van de Helmftyltjes van dezelfde foort , te weeten de Mirabilis longiflora, waar op alle de Zaadhuisjes goede rype Zaaden voortbragtcn.

Ee-

(*) De Abbé spalanzani heeft door verfcheide Waarneemingen getoond, dat de beginzels der jonge Planten geheel gevormd beftaan in de Zaaden, die niet bevrugt geweest waren ; hy heeft ook beweezen, dat de doorgangen van het Stampertje dikwyls zo eng zyn, dat men ze niet kan zien. Hy denkt, nogttuns, niet met den Heer adanson, dat het Styltje ondoorgaat is, en dat de Bevrugting langs andere wegen konne plaats hebben, 't Gevoelen deezer beide Schryveren dient ten fieunzel van het denkbeeld van linn/eus : naamlyk, dat het niets anders is dan een zeer dun vogt, 't welk van de Zaadftoffe in het Vrugtbeginzel komt. S.

Oo 5