is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe algemeene vaderlandsche letter-oefeningen, waar in de boeken en schriften, die dagelyks [...] uitkomen, oordeelkundig [...] verhandeld worden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERHANDELINGEN.

229

ene Openbaring nog deze nuttigheid hebben kon, dat zy het Verftand gelegenheid verfchafte om na te denkenen op (tukken te komen, aan welke zy anders niet gedacht zouden hebben.

„ Eindelyk verzocht ik hem het volgend voorftel nog te beantwoorden. Vele dingen in de wereld waren mogelyk gemaakt , welke elk , zonder uitzondering, voor onmogelyk gehouden hadt. Een eugenius is met ene Armee en Gefchut over de ongebaande; Alpen getrokken, ene Franfche Ruitery heeft eenmaal den beneden Rhyn doorgetrokken. Wanneer inu een Commandecrcnd Géneraal bericht ontvangt, dat de vyand langs zulk een wegkomt aanrukken, en hy daar mede lacht, en zegt, zulks is onmogelyk ; en wanneer hy daar by zorgloos bleef, en zich verrasfehen en flaan liet ; zou men wel denken dat de verontfchuldiging van dien Man genoegzaam was, wanneer hy zeide dat het. hem onmogelyk was geweest

zulks te geloven ? Myn party glimlachte hier op

en zeide : van een Generaal vordert men ook meer te geloven , dan van een Wysgecr. Gene moet geloven ,• dat allerhande bevelen van zyn Hof goed zyn, waar aan de Wysgeer dikwerf twyfclt. • Ik liet daar op volgen : behalven aristoteles aan het Hof van phiuppus en alexander." .

In alle deeze Verhandelingen , wat men ook oordeele van de bondigheid of onbondigheid zommiger beweerde Hellingen, ftraalt een mahlykén ernst door, en een hart? lyke belangnceming in de zaak der Waarheid en des Godsdiensts. ,, Ik ben" fchryft hy in den aanvang zyns onderzoekt over de Leer der Heilige Schrift, betreffende de Drieëenhcid, „ in 't zelve met te meer ernst te werk gegaan, dewyl ik my daar by herinnerd heb, dat ik dat oogenblik, in 't welk my de dood voor den Rechterftoel des Alvveetenden dagen zal, met fterke fchreden nadere. Ook heeft geene vrees , dat ik myn inkomen , wanneer ik van de door my dus verre aangenomene Leer mogte afwyken, zoude verliezen , my in myn onderzoek bezield. De gunfte, welke een heuwann , en een ander beroemd Leeraar, in deze landen genoten hebben , heeft zulk een vrees by my niet laaten opkomen. Ik maak hier van gewag , om dat ik den Heer Opperconfiftoriaalraad teller, die de aanleidende oorzaak tot dit onderzoek is geweest, uit' de Voorreden van zyn Woordenboek zoude kunnen nazeggen en nafchryven: „ God zy geloofd, dat ik niet

„ on-