Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

51 ^ f. G. MAREZOLL, AANDACHTS-BOEK.

een afkeer "van den arbeid, dien mij mijn ftand en mijne levenswijze oplegt; dan zoek ik alleen omgang met gelijkgeftemde perioonen, die met mij beuzelen, die mijne grondftellingen en wenleliën billijken, die mij prijzen, en mij voor een voorbeeld van mijn gedacht houden; die, zo als ik, hunnen tijd en krachten met niets doen verkwisten; dan ben ik, in verbinding met deezen , bekwaam tot alle dwaasheid, tot alle gemeen fchadelijke onderneemmg, tot alle ondeugd; dan ftéekt hut eo-ne hart het andere aan met de onreine vlammen der dweeperij en mènfchenhaat j dan wordt de waare, menschlijke deugd befpot, cn deeze eerwaardige naam Hechts aan dingen gegeeven,die denzelven veronthéiligen."

Het lyden van isabelle, in Brieven, door j. w. cjrten. Te Am. Jterdam, by f. Wocrtman, 1789. Behalven het Voorberigt, 204 bladz. In oStavo.

111 het Voorberigt betuigt de Qpffeller deezer Brieven te vcrwagten, dat dezelven door koele redenaars veroordeeld, maar door teergevoelige harten met vermaak geieezen zullen worden. Onder de laatftcn, die ze met vermaak geieezen hebben, kunnen wy ons niet tellen; mogelyk zyn wy 'er te weinig fentimenteel toe; dan of wy hierom juist als koele redenaarste befchouwen zyn, is daar mede niet uitgemaakt: 'er is een middehlag van leezers, die, zonder juist fentimenteel tc zyn, nogtans tot geene ongevoeligheid OVerflaan; onder dit flag behooren wy, indien wy ons, in dit opzigt, recht kennen; en als zodanigen gevalt ons dit Stukje niet.

Dc lydcndc IJabella is zeker, in haare omftandigheden, een voorwerp van medelyden; dan die aandoening wordt merkelyk verzwakt, op het bezef, dat zy zig, door eene welvermydelyke

onvoorzigtigbeid, dit lyden op den hals haalt. IJabella

heeft, uit eigen beweeging, de kloostergelofte gedaan, om zig te bcvryden van de dringende aanzoeken cenes haatlvken Minnaars: cn zy verbreekt dezelve door eene fterke liefdedrift voor den jongen Heer Croli, dien zy naauwlyks in perfoon gezien heeft, en verder niet kent, dan uit zyne Brieven. IJabella heeft, uit kragt van haare geboorte en opvoeding, dc groote Waereld leeren kennen, en is, gelyk verfcheiden trekken in haare brieven toonen, niet onkundig van de listige verleidingen veder galante Heeren. Nogtans laat ze zig door de ftreelcnde brieven van eenen Minnaar, (wiens character en omftandigheden haar genoegzaam onbekend zyn, waaromtrent al haar vertrouwen op deeze zyne brieven ftcunt.) overhaalen om het Klooster te ontvlugten; in de verwagting, dat, volgens zyne toezegging, zyne Moeder en de verdere Nabeftaanden haar vriendlyk zullen ontvangen, daar ze zyn huwelyk ■ met haar toegeftemd hebben. Zy komt in London, heeft eenige weeken eene aanhoudende verkeering met

Cr».

Sluiten