Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M

REIS NA EN VERBLYF OP

ke men aldaar zou plaatzen, 't zy van wegen de koude en de vogtighcid. Nu viel het zeer bczwaarlyk, op onze Alpen, op eene zo groote hoogte, eene rots te vinden, zonder Sneeuw, en altoos tocganglyk en ruim genoeg om 'er eene lbort van verblyf te ftigten.

De Heer exchaquet, dien ik over dit Ontwerp raadpleegde, onderrigtte my, dat ik op den weg, nieuwlings ontdekt,welke van Ckamouni na Coufmaycur loopt, Talcul voorby trekkende, zodanige rotzen , als ik wcnschte, zou aantreffen.

My verlaatende op zyn woord, maakte ik, in 't jongde Voorjaar, myne toebereidzels tot dien Tocht, èn ging, in de eerde dagen van Juny, met myn Zoon na Chamouni, om den tyd van 't fchoone wcêr af- te wagtcn, en 'er my van te bedienen, zo ras dezelve daar was.

Ik, nam twee kleine Tenten van Zeildoek mede; doch ik wilde daarenboven een Steenen verblyf hebben. Noodig had ik van elkander gefcheidde vertrekken, niet alleen voor ons, onze Gidfen ; maar om dat de Magnetometer cn het Kompas van elkander verwyderd moesten weezen, ten einde derzelvcr veranderingen geen invloed op elkander zouden hebben. Ik zond, derhalven, lieden voor uit, om die fteenen hut te vervaardigen.

Wanneer dezelve voltooid, en het fchoone Weêr beftendig genoeg geworden was, vertrokken wy van Chauiouni.Op den eerden dag, den tweeden van July, gingen wy onder onze Tenten rusten op Talcul: dus Wordt eene plaats , met gras begroeid, geheeten, gelegen aan den kant van een klein Meir, beflooten tusfehen het uiteinde van de Ysbcdding des Bots, cn den voet van eene Rots, bekend onder den naam van Montagne de Talcul. 's Anderen daags toogen wy, 's morgens ten half zes uuren, op reis, en bereikten ten half één onze hut. Ik heb aan deeze plaats den naam van Col du Geant gegeeven: dewyl dezelve daadlyk aan den ingangis van de engte, door welke men na Courmayeur afdaalt, en dewyl de meest uitdeekende Berg in de nabuurfchap, en die over deeze engte of hals'heen ziet, de Geant is; een hoogc fcherpe punt, die zich van het Meir van Geneva zeer wel laat onderkennen. De naam van Talcul, een Berg, die tusfehen de zes en zeven uuren gaans van deeze rotzen aflegt, pastte 'er niet aan.

Van

Sluiten