Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BENE LES VOOR DE VADERS. 45!

de plaats, Waar 't geld begraaven geweest was, te gaan ; hun wysmaakende, dat zij 'er iets, 't geen hun zeer aanftond, zouden vinden. Hy voegde 'er by, dat eenige naamlooze Brieven, welke ik ontvangen had over het flegte gedrag van myn Zoon, gefchreeven waren door een zyner Vrienden ; en verzogt dat een laade mogt geopend worden , in welke ik zyn geheele briefwisfeling met dien Vriend zou vinden. Naar deeze bekentenis verzogt hy mij vergiffenis over zyne misdaad, en nog eenige woorden fpreekende, gaf* hy den geest.

Hoe wydvcrfchillend was myn toeftand , toen de eerfte indrukken dier ontdekkingen voorby waren ! fk verlangde myne Kinderen weder te zien, hun te omhelzen, hun myne ligtgeloovigheid te bekennen. Ik fchreef mynen Vriend, en verzogt hem by my te komen met myn Zoon en Dogter ; beloovcnde als dan myn geheele hart voor hem te zullen open leggen. ■■ Terwyl ik met reikhalzend verlangen op hunne komfte wagtte, maakte ik duizend aanmerkingen op het groot gevaar van cen blind en onbepaald vertrouwen, op onze Dienstboden, te ftellen. Ik had myne Kinderen als fchuldig veroordeeld, zy waren geheel onfchuldig. Welk een bron van kwelling en naberouw, voor een gevoelig hart 1 Ware ik vóór dien Snoodaart geftorven, aan welk eene hoogstgaande Onregtvaardigheid zou ik my, ten opzigte van myne Kinderen, fchuldig gemaakt hebben ? En dit uit geene andere oorzaake, dan, om dat ik alle noodige nafpeuringen niet gedaan had, die my regt konden geeven, om hun fchuldig te verklaaren.

Ik zal het niet onderneemen te befchryven wat ik voelde, op het wederzien myner Kinderen ! Met welk een verrukkend vermaak omhelsde ik die zo verongetykte Panden ! In hun en in myn Vriend , vind ik thans al myne aardfche gelukzaligheid : en hoop die, binnen kort, te vermeerderen door een Schoonzoon cn Sehoondogter aan dien kring toe te voegen. Ik zal hun, gelyk ik u doe, myne dwaalingen, en daar uit gereezene boezemfmerten , verhaalen. Ik zal hun door myn voorbeeld leeren , ten einde zy wyzer zyn mogen , dan ik was, en, ingevolge hier van, ook eenpaarigcr gelukkig.

ZEDELYKE BEDENKINGEN.

VXJ at wy ook bedoelen, of op het oog mogen hebben, ons eerfte en voornaamfte doel, en alle onze bedryven, behoort dit te wezen, dat men eikanderen zoekt voor uit te ftreven in goed te

doen. Elk moet daar in de eerfte, de voornaamfte, tragten te

wezen. — Zonder anderen te benyden moet men yverig zyn om de eerfte te worden. — De'grootfte lieraad, welke een mensch Hh 3 kan

Sluiten