Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JO H. BLAIJl

waar van ik zoo even gefprooken lieb , altoos de uitwerking is van drift. Door drift vcrftaa' ik hier dien toeftand der ziele, wanneer zy door zeker voorwerp, waarin zy belang fielt, in beweeging gebracht, en als in vuur gezet is. Men kan door.bloote redenen en bewy-> zen anderen wel overtuigen, en zelfs overreden tot handelen : maar die ' graad van Welfpreekendheid , welke de verwondering der menfchen verwekt, en iemand eigen]yk den naam van eenen Redenaar waardig maakt, wordt nimmer zonder drift of vuur gevonden. Zodanige graad of drift, als gefchikt is om de ziel op te wekken en te ontvonken, zonder haar echter buiten haar zeiven te brengen , is gemeenlyk bevonden de menfehclyke vermogens te verhooyen. De ziel wordt daar door oneindig 'meer verligt, doorzichtiger, kloeker, en maunelykcr, dan zy gewoonlyk is in bedaarde oogenblikken. De man , die door eene fterke drift in beweeging is gebracht, vertoont zich veel grooter dan op andere tyden. Hy gevoelt zich veel fterker ; hy brengt verhevener denkbeelden voort; maakt veel hooger plans, en voert dezelven uit met eene ftouthcid en een geluk, welke hy, by andere gelegenheden., voor onmogelyk zoude hebben gehouden. Maar byzonder ziet men die kracht der drift m het overreden, in drift is vast elk mensch welfpreekend; hy is dan om woorden en bewyzen in 't minfte niet verlegen; Hy deelt, door eene foort van aanfteekende Sympathie, de levendige gewaarwordingen, welke hy gevoelt, aan anderen mede; zyn gelaat en gebaarden zyn zelfs overredend, en de Natuur vertoont zich hier oneindig vermogender dan de Kunst. Hierop is gegrond de zo waare als bekende regel:

■■ Si vis me flere, dolendum est

Vrimum ipfi t'tbi.

„ Uit deze grondftelling, dat alle hooge Welfpreekendheid uit drift ontftaat , fpruiten verfchcidene gevolgen voort, welke onze opmerking verdienen, en welker melding de gemaakte grondftelling nog meer zal bevestigen. Van hier toch die algemeen erkende uitwerking van het enthufiasme , of van elke foort van vuurigheid in eenen Redenaar , op de gemoederen der Toehoorders. Van hier, dat alle kunftige declamatie, en gezochte fieraaden van den ftyl, welke bewyzen zyn van eene bedaarde en koude ziel , zo weinig met overredende Welfpreekendheid kunnen beftaan. Van hier , dat alle gemaaktheid in gebaarden en

uit-

Sluiten