is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe algemeene vaderlandsche letter-oefeningen, waar in de boeken en schriften, die dagelyks [...] uitkomen, oordeelkundig [...] verhandeld worden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44?

V. van hamelsvelb.

Christen. Het is iet , het welk betaamlijk is. —«s

Ik paulus , zoo verdiend bij alle Christenen —— thans.

een man op mijne dagen, en vol ondervinding een

gevangen om jesus wil. Voor wien doet deze per-

loon een verzoek in zidke omftandigheden ? Voor zijn zoon , dat is, leerling, dien hij nu als zoon aanmerkt, die hem te liever is, van v/ege de omftandigheden, hij is

zijn zoon geworden in deze gevangenis voor onesi-

mus , (de naam betekent iemand, die nuttig en dienftig

zijn kan.) voor onesimus, die te vooren voor_u

iprmut, thans voor u en mij kan wezen , het geen zijn

naam betekent, nuttig en dienftig; dien ik u weder-.

zend, en hein dus aan u herftel • neem hem, dat is,

mijne ingewanden, (zoo ftaat 'er eigenlijk,) aan.

Wat ontbreekt 'er nog aan dit volmaakt voorbeeld van voorfpraak!

„vs. 13.] Welke befcheidenheid ! lk had hem gcern bij mij willen houden , hij kon mij van dienst zijn in mijne omftandigheden, maar ik wilde niets doen zonder uw goedvinden ; eene weldaad moet zelfs geen'fchijn van dwang hebben. Hoe groot is toch paulus!

„vs. 15.] Hoe weet hij de misdaad van onèsimus wel te melden, maar tevens zoo, dat het baarlijke verdwijnt.— Misfehien was hij voor eene poos van ü gtfeheiden, op dat gij hem eeuwig, dat is, zoo lang gij of hij leeft, bezitten en dienst van hem hebben zoudt en welke

verandering ! hij zal u niet een dienstknecht , maar meer dan een diénstknecht zijn, een broeder, die u gewillig,

getrouw, vlijtig zal_dienen, enz. lk erken hem voor

mijnen broeder, hoé veel te meer gij, wien hij nu in allen opzigt toebehoort.

„vs. 17.] Nu paulus zijn verzoek daadlijk doet, beroept hij'zich op de gemeenzame vriendfchap van fileemon, met hem paulus, volgens welke hij voor dezen Apostel alles ten besten hadt.

„vs. 18.] Misfehien was onesimus de beftuurer van het huishouden van fileemon geweest, misfehien hadt hij bij zijne vlucht het een en ander medegenakt, om eenig beftaan te vinden. —— Hoe het zij, paulus biedt aan,deze fchuld op zich te nemen, en fchrijft met eigen hand een uitdrukkelijke borgtogt, dat hij het aanneemt te bemalen. En

tevens voegt hij 'er bij, op dat het niet zou fchijnen, als of hij fileemon zulke laage ziel toefchrcef, dat hij dit van Hulus zou begeeren: lk wil nu niet zeggen, dat gij enz.

Denk-