Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tio

DE GESCHIEDENIS

voor oogen de elenden van het. zich in rampen dompelend Vaderland; en boezemden hun aeftadig deeze les in , dat liet belang van byzondere Perfoonen begreepen is in het belang van 't Algemeen: dat deeze belangen niet tegen elkander ftreeden „ Volksdeugd," dus luidde hun grondre„ gel, ,, Volksdeugd is algemeene Gerustheid: weest regt„ vaardig jegens anderen , en gy zult uw eigen voordeel 3) behartigen 1"

De moeite, door hun aangewend, bleef niet ongezegend. De Kinderen waren zo deugdzaam als de Ouders, en kreegen eene Naakomelingfchap hun gelyk. Zy trouwden, en vermenigvuldigden. Hun Deugd, in ftede van te verzwakken , werd door den tyd fterker , en hoe meer hun getal toenam , hoe meer voorbeelden 'er opllonden , om het volgend Geflacht ter Deugd aan te fpooren.

Wie is in ftaat om 't Geluk van dit Deugdzaam Volk naar eisch te befchryven ? Kon het anders dan door den Hemel begunftigd zyn? Zy, die zo veel vermaaks fchiepen om de Goden in hunne werken en gunstbetooningen te verbeelden, en dezelve fteeds met dankbaarheid en eer-

biedenisfe naderden? Godsdienst werkte met de

Natuur mede, om hunne Zeden te verzagten en te befchaaveu. De Natuur liet maar weinig onvoltooid over; en dat weinige voltooide de Godsdienst.

Verfcheide Feesten, ter eere van de Godheden, fielden zy in. Deeze Feesten waren , van alle overdaadigheid verre afgefcheiden, genoegelyke vrolykheid heerschte op dezelve: de jeugd van beide de Sexen vermaakte zich met Dans; de Muzyk was eenvoudig en boerscb. Opgeruimde harten lieten zich kenbaar zien op 't genoeglyk gelaad. De Minnaar lonkte , de Maagd bloosde ; het hart der waarneemende Moeder fprong op door het vooruitzigt van eene gelukkige vereeniging haarer Kinderen. De Vader glimlachte, en het was niet moeielyk zyne toeftemming te verwerven.

De Trogloditen bezogten de Tempels hunner Goden druk, en zonden 'er aanhoudend hunne gebeden ten Hemel; doch waar om fmeekten zy? Zy waren te gelukkig om op Rykdommen te denken. Badt iemand om overvloed , 't was niet voor zich zeiven, maar voor zyn Nabuur; zy fmeekten, dat een zieke Bloedverwant tot voorige gezondheid mogt komen; dat de eendragt onder Broederen mogt bewaard blyven; dat een Egtgenoot zyne Huisvrouwe met alle tederheid mogt beminnen, en zich op haare liefde verlaaten; en dat hunne Kinderen nooit mogten opbonden hun met agting

en

Sluiten