is toegevoegd aan uw favorieten.

Karel of De dankbaare voedsterling, een origineele Hollandsche roman.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X X

ja (andwoordde de Heer Blanquo) dat geloof ik wel, de Schelmen fchoten ook, niet waar Kinderen ? voegde hy daarby, tot zyne makkers fprekende, en zy waren eensdeels niet roemzuchtig genoeg om de aanhaling van den Heer Blanquo te ftaven, daar hun gewisfcn die tegenfprak, maar aan den anderen kant werkte het denkbeeld van onverfchrokken in 't gevaar te zyn geweest, zo flerk op deze jeugdige gemoederen , dat alles wat billykheid op hun vermogt, was te bekennen, dat zy niet zeker wisten of de Rovers'gefchoten hadden ,, Wel nu „ ik weet dit dan zo veel te beter, hernam de

Heer Blanquo (terwyl hy infehonk) en „ hoop dat zy haast aan de Galg mogen hangen."

Mevrouw Blanquo dit horende , liet het daar by niet berusten, maar vroeg om een Chyrurgyn, doch de Regent gaf haar in bedenking dat deze, namentlyk des Dorps Wondheler, misfchien dronken zyn zoude en dus m oeielyk te bekomen, of daar door onwis in zyne behandeling, maar hy floeg voor, met zynen Jager raad omtrent de Jonge lieden te plegen, daar de Dienaar van Diana zekerlyk kennis dragen moest van alles wat uit een geweer kwam, en de gevolgen daar uit ontftaande. De Dame vondt dit zo kwaad niet, Coenraad (de.Jager) wierdt geroepen, hy was een Hesf ca niet

mis»