Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C H9 )

gelijk ik vervolgends, ten blijke daar van, een ftaakjen zal verbaalen.

Zekeren Gommis van het Admiraliteits Col» ïegie te Rotterdam, die een Bommeler van geboorte was, met wicn ik nooit had omgegaan, en die misfchien mijn perfoon ook nimmer o-ezien had, vernomen hebbende dat ik met een jonge dochter van zijne geboorteplaats eerlang ftond te trouwen, beving de lust om zonder ander oogmerk dan kwaad tusfchen onzen vergevorderden liefdehandel te ftoken , een naamloozen brief aan de moeder van mijn vrouw te fchrijven, waarin hij mijn gedtag in zo een haatelijk daglicht ftelde, en met zulke zwarte •kleuren affchilderde, alsof ik, een befaamd lichtmis zijnde, geheel onwaardig was over een fatfoenlijke burgerdochter verkeering te maaken; dan, terwijl ik ftaande mijne verkering aan het beminde voorwerp mijn ganfche levensloop openhartig, doch naar waarheid, verhaald had, bleef zijne boosaartige toeleg daardoor buiten dc bedoelde uitwerking; mijn vrouw ontdekte mij die zaak eerst na dat wij zamen een paar maanden getrouwd waren, en ik onderfchepte naderhand, door middel van een' Boekverkooper, aan wien de zot zijn geheim vertrouwd had, dat niemand anders dan de gemelde Commis de fchrijver van deezen naamloozen brief' was K3

Sluiten