Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15» KESDE AFDEELING. "

zijner ziele, (zo wel hogere als lagere) plaats heeft; dat hij niet in ftaat is, om uit een goed beginfel, goede daden te verrigtcn. De natuurlijke mensch, dat is, de mensch zo als hij geboren is, begrijpt niet dedingen die des Gccstcs Gods zijn, zij zijn hem eene dwaasheid (w); maar daar geene regte kemiLfe is, is ook geene zedelijk goede betragting,

Deze verdorven mensch nu wordt gezegd geestelijk levendig tc worden, wanneer hij ziet, wie hij is, en zo gelooft, dat hij een zondaar is, dat hij zig a's een zondaar gedraagt ; zijn onvermogen gevoelt, en hem daarom niets aangenamer is, dan bij de geboden van geloof cn bekecving, dc Goddelijke beloften van de mededeeling des H. Gccstcs, gevoegd te zien, waar door veroorzaakt wordt, dat hij, die anders }n wanhoop zoude nedcrfiortcn, moed grijpt, om, hoe zeer hij zig als, een onmagtig zondaar kenr, egter aantehouden bij dien God, die geen lust heeft in den dood des zondaars, maar zelve zijne Wet,wil fchrijven in liet hart en het verftand van zulken, die den toevlugt nemen tot den troon van zijne genade.

Deze'eerfte aandagtsoefening op zig' zelf (#), is het gevolg van het geen men de geeftclfke levendigmaking noemt; cn deze laatfte het wetk van Godzelvcn, door zijnen Heiligen Geest; wiens werking fn dezen gelijk gei fteld wordt, met eene opwekking uit den dooden (j>),

ter»

i cor II. 14.

(#) Verg. de herigten van Lijdia. handel, XVÏ. 14. (yj cents. 1. i7 ■— ao. 11. 1 8.

Sluiten