is toegevoegd aan uw favorieten.

De gronden mijner geloofs-belijdenis, opengelegd voor mijne kinderen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

223 NEGENDE AFDEELING.

Gij moet egter wel onder het oog houden, dat deze onbegaanbaarheid er niet altoos is , wanneer zij er fchijnt te wezen, maar dat dezelve dikwijls onder de menfehen voorgewend wordt ter verfchooning. B. v.: zig zo te verflaven aan den arbeid,om rijkdommen te vergaderen, dat alle onze tijd daarmede wordt weggefleept, is zeer onbeftaanbaar met den pligt van zijn verftand te verbeteren en te verrijken; maar het is egter met dit laatstgemelde niet onbeftaanbaar, een werkfaam beroep in de weereld tc hebben, en veel ten beste van anderen te moeten verrigten; egter wordt, in foortgelijke gevallen, wel eens zulk eene onbeftaanbaarheid voorgewend, welke in den grond niet anders is, dan lusteloosheid of onwilligheid, tot het betragten van die pligten, welke met onzen fmaak niet overeenkomen. Maar, met dit al, wil ik gaarne erkennen, dat het in fommige gevallen zeer moeilijk is, onzen pligt te weeten, en gebruik te maken van deze en andere zedekundige regels. Twee middelen zijn er egter, die voor alle menfehen bruikbaar zijn, om hier in te vorderen: namelijk eene gezette overdenking en het gebed.

De gezette overdenking der pligten kan zeer geholpen worden door de H. Schrift, waar in men eenige ftukken aantreft, ftellig tot dat oogmerk ingerigt, om ons onze pligten onder het oog te brengen: b. v. dc bergpredikatie van je&us (c), verfcheiden gedeeltens in de brieven van paulus(X), Jacobus (e) en petrus (ƒ), als

ook

(e) MATÏH. V. VI. VII.

(d) rom. XII. XIII. IV. EPHEI. V. VI. I timotu. V. VI.

(e) jacobus, doorgaands, door den geheelen brief.

(ƒ) 1 PSTR. U. III. IV.